4 reacties

Thomas Nagel – The absurd

Ik heb eerder verwezen naar het paper The absurd van Thomas Nagel en een klein deel uit sectie III vertaald. Deze keer een uitgebreide samenvatting (het paper zelf is maar 12 pagina’s) van de redenering.

Vrij uitgebreide samenvatting

Het leven lijkt soms absurd, maar de redenen die daarvoor worden gegeven blijken niet echt goed te zijn.

I

Dat wat er nu gebeurt over een miljoen jaar niet meer uitmaakt, zou ook betekenen dat de situatie over een miljoen jaar voor nu niks uitmaakt. Bovendien, als het nu geen zin aan het leven kan geven, waarom de tijd over een miljoen jaar wel? Als ons leven nu absurd is, dan zou het alleen maar absurder zijn als we eeuwig leven, of als we het hele universum vullen. Dat we uiteindelijk doodgaan maakt ook niet uit, want sommige activiteiten hebben uit zichzelf zin zonder door te verwijzen naar een later doel.

De standaardargumenten werken dus niet, maar wijzen volgens Thomas Nagel op iets dat moeilijk te formuleren, maar wel waar is.

II

Normaal gesproken is iets absurd als er tussen de pretenties/aspiraties van de gebeurtenis en de werkelijkheid een discrepantie zit. Als we in zo’n situatie zitten, proberen we die meestal te veranderen. Het idee dat het hele leven absurd is ontstaat wanneer we het idee hebben dat er dergelijke opgeblazen pretenties/aspiraties zijn die niet te scheiden zijn van menselijk leven. Filosofische absurditeit moet te maken hebben met iets universeels. Dat bestaat volgens Nagel uit de spanning tussen hoe serieus we ons leven nemen en de mogelijkheid om alles wat we serieus nemen te betwijfelen of als willekeurig te beschouwen. We blijven ons leven serieus nemen, ook al weten we dat de twijfels erover niet verdwijnen. Het absurde van het leven zit hem erin dat we zelf als buitenstaander naar ons eigen leven kunnen kijken zonder te stoppen dat leven te leven.

III

Je kan proberen hieruit te ontsnappen door een groter doel te zoeken, waarvan we niet kunnen terugstappen. Dit kan ons leven echter alleen maar zin geven als dat grotere doel zelf significant is. En die significantie moeten we kunnen begrijpen. Maar als we hem kunnen begrijpen, dan kunnen we er ook als buitenstaander naar kijken en voldoet het niet als groter doel waarvan we niet kunnen terugstappen. Datgene waarvan we denken dat het zin en betekenis geeft kan dat alleen maar doen omdat we op dat punt niet meer verder vragen. De absurditeit van het leven ligt dus in onszelf en staat los van de situatie waarin we ons bevinden.

IV

Een stap terugnemen betekent niet dat we zien wat er echt toe doet en aan de hand daarvan ons leven als absurd bestempelen. Het punt is dat de pretenties van het leven niet worden gehaald, dat er helemaal geen standaard blijkt te zijn van wat er echt toe doet waartegen we ons leven kunnen houden.

V

Hiermee lijkt het gevoel dat het leven absurd is op epistemologisch scepticisme. Ook daar kunnen we een stap terug nemen en ons afvragen of de wereld wel echt is, of dat we alleen maar dromen. Ook dan gebeurt dat niet door de zekerheid over de externe wereld af te meten aan een absolute zekerheid. Maar toch leven we door alsof er een externe wereld is. Net zo blijven we ons leven serieus nemen, zij het met een extra vleugje ironie. De rede kan het namelijk niet oplossen.

VI

De slechte argumenten voor de absurditeit van het leven over hoe kort we leven en hoe klein we zijn, zijn een metafoor voor die stap terug die we kunnen nemen. Het leven van een muis is niet absurd, omdat muizen niet het zelfbewustzijn hebben om die stap terug te zetten. Mensen kunnen die stap juist niet niet-zetten. De enige andere oplossing om de absurditeit van het leven op te heffen, is te stoppen met het aardse leven en je zoveel mogelijk te vereenzelvigen met de abstracte positie van toeschouwer. Dit kost echter zoveel moeite en doorzettingsvermogen om te bereiken dat de absurditeit juist groter wordt.

De laatste oplossing is zelfmoord. Maar is de absurditeit van het leven eigenlijk wel een probleem dat een oplossing nodig heeft? Volgens Nagel is dit juist wat ons menselijk maakt. Als de absurditeit van het leven niets te maken heeft met het leven, maar alleen met hoe wij het ervaren, dan hoeven we niets te veranderen aan het leven dat wij leiden en kunnen we ons absurde leven met ironie benaderen.

Wat te denken

Ik vind dit genieten, vooral hoe hij aan het begin genadeloos ballonnetjes lekprikt. Maar ook de positieve lijn van zijn betoog kan ik heel goed volgen. Het leven zelf is niet absurd, wij ervaren het soms zo. Daarom moeten we zelf doelen kiezen binnen ons leven voor zingeving, ook als dat soms moeilijk is.

Advertenties

4 reacties op “Thomas Nagel – The absurd

  1. Heel fijn Bram, graag gelezen man.

  2. Het is inderdaad een heel interessant artikel, Bram. Als je de thematiek van de verhouding tussen een ‘binnen-‘ en ‘buitenperspectief’ op ons leven interessant vindt, zou je ook eens kunnen kijken naar Nagels belangrijke boek “The View From Nowhere” (1986). – Maar misschien ken je dat al.

    Of ik het trouwens eens ben met Nagels argumentatie over de absurditeit van ons leven weet ik nog niet. Ik moet er nog eens goed over nadenken. Tijdens het lezen van (m.n. de eerste sectie van) het artikel moest ik in ieder geval regelmatig denken aan Diotima’s opmerking in Plato’s symposium (205e): “Ook is het niet meer nodig nog verder te vragen: ‘waartoe wil iemand gelukkig zijn, als hij dat wil?’ Hier lijkt men wel aan het eind van zijn vragen gekomen te zijn.”

  3. @RC
    Dank voor de tip, ik heb nog niet meer van Nagel gelezen dan dit artikel en ben op zicht wel geïnteresseerd in meer.

    En ik snap even niet wat je precies bedoelt met het citaat van Plato. Is dit niet in lijn met wat Nagel zegt, dat we ons geluk en de zin van het leven in het hier en nu moeten zoeken en ons niet te veel zorgen moeten maken om wat er over een miljoen jaar gebeurt of in de rest van het heelal?

  4. Ik drukte mezelf inderdaad niet erg helder uit. Tijdens het lezen van Nagels artikel moest ik regelmatig denken aan het klassieke denken over het doel van het leven zoals we dat bij o.a. Plato en Aristoteles vinden. Het citaat van Diotima drukt, net als het eerste hoofdstuk van Aristoteles’ ‘Ethica Nicomachea’, uit dat geluk het doel is van het menselijk leven. Dit hangt in zoverre samen met Nagels betoog dat Diotima en Aristoteles lijken te stellen dat er geen verdere rechtvaardiging gegeven kan worden van ons streven naar geluk: geluk is datgene waarom we al het andere doen en is zelf niet iets dat we omwille van iets anders nastreven. Diotima en Aristoteles lijken daarmee op iets te wijzen dat zin en betekenis geeft aan alle ‘losse’ zaken en doelen die we in ons leven nastreven en ontkennen daarmee Nagels bewering “whether the process as a whole can be justified has no bearing on the finality of these end-points.” (p. 717) Hopelijk is dit iets duidelijker?

    Een andere auteur die hier interessante zaken over heeft geschreven is Bernard Williams. Met name in zijn artikel “Persons, character and morality” (1981) – dat ook een zeer complexe discussie met Derek Parfits persoonsbegrip bevat – staan heel scherpzinnige observaties over deze thematiek.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: