2 reacties

Jaap Dijkstra – De absolute werkelijkheid

Zeg nooit nooit en dat soort zaken. Hierbij dan toch een wonderbaarlijke opstanding van een blog dat doodverklaard was. De reden is dan ook niets minder dan de absolute werkelijkheid… of in ieder geval een boek met die titel.

Hele korte samenvatting

Het boek is zelf al niet zo dik, dus dat hoeft de samenvatting dan ook niet te zijn. Dijkstra geeft zijn boek als ondertitel mee: in het licht van eeuwenoude religieuze tradities. Die is goedgekozen. Hij bespreekt namelijk hoe verschillende religieuze tradities tegen de werkelijkheid aankijken en benadrukt dat ze uiteindelijk allemaal hetzelfde zeggen. Namelijk de werkelijkheid niet alleen uit de ons bekende materiële dimensie bestaat, maar ook een mentale/geestelijke/subtiele dimensie heeft en daarnaast zelfs nog een derde dimensie: de causale. Doel van alle religies is om het materiële te overstijgen en via meditatie of rituelen op te gaan in de bron, of god of gewoon alles, want god is alles en alles is god. Zoiets.

Ik ben vrij kritisch over het boek en ik zal het daarbij vooral hebben over drie zaken: de epistemologie, het wereldbeeld en het godsbeeld van Dijkstra.

Epistemologie

Misschien moet ik beginnen bij pagina 124 (vanwege het totaal van 144 pagina’s dus al bijna het einde):

Het grote verschil is dat binnen religie niet geloofd hoeft te worden, maar dat dit een weten kan worden.

Daar ben je me dus definitief kwijt. Kennis is natuurlijk berucht lastig om te definiëren (de Gettier-problemen, iemand?), maar als we stellen dat kennis met een objectieve werkelijkheid te maken heeft, dus met dat wat voor verschillende mensen hetzelfde is, dan zijn mensen het vaker eens over de materiële dimensie dan over de mentale of causale, en daarmee maken die niet heel erg veel aanspraak op het etiketje “kennis”.

Overigens is hij hier niet helemaal consistent in, hij stelt aan het begin dat dit boek niet zomaar nog een theorie is, maar tegelijkertijd stelt hij ook dat hij het niet kan bewijzen. Dus ja, het is echte kennis, maar het is niet te onderbouwen. Lastig. Onderbouwing komt uit religieuze tradities die eeuwenoude kennis hebben. Maar waarom zouden we die vertrouwen?

Wat ik hierin namelijk problematisch vind is het (impliciete) “paradijsdenken”: vroeger was er een tijd dat alles beter was en we nog echte kennis hadden en tegenwoordig is dat allemaal gedegenereerd. Vroeger hadden we echte kennis, maar tegenwoordig zijn we door materiële overvloed het zicht op mentale en causale dimensies verloren. Populaire redenatie, zie bijvoorbeeld prediker 7:10. Toch is dit niet te rijmen met evolutie, die stelt dat onze voorouders dieren waren die vooral van instincten leefden. Gevolg daarvan is dat we dus niet vroeger echte kennis hadden die we langzaam zijn kwijtgeraakt, maar dat we vanuit het niets kennis zijn gaan opbouwen en sommige nuttige kennis daarbij bewaard is gebleven en sommige overbodige zaken weer verloren zijn gegaan. Precies het tegenovergestelde dus van de paradijsgedachte.

Bovendien is hij heel erg selectief in wat hij van die eeuwenoude religieuze tradities overneemt. Het hele polytheïsme wordt genegeerd, is dat geen eeuwenoude kennis? Hadden alleen de Hindoes kennis en de Germanen niet? De Grieken? Ik kan niet anders dan tot de conclusie komen dat hij een selectie maakt uit de rijke godsdienstgeschiedenis van onze aarde en vervolgens stelt dat ze allemaal op hetzelfde neerkomen. Nogal logisch als je alles wat er niet mee overeenkomt negeert.

Daar zit trouwens nog een veronderstelling achter, dat alle monotheïstisch-achtige ideeën (Jahweh, Brahman, boeddhanatuur enz.) ook daadwerkelijk ergens naar verwijzen. Gegeven die veronderstelling is het inderdaad logisch dat ze ook naar hetzelfde verwijzen. Maar waarom verwijst Brahman wel naar iets werkelijks en Zeus niet? Jahweh wel en Thor niet? Het wekt de indruk vooral gedreven te zijn door de gewenste uitkomst.

Uiteindelijk lijkt het voor Dijkstra een vaste vooronderstelling dat wij in staat zijn om het hele plaatje te overzien, dat alle kennis aanwezig is en we dus alleen maar uit de beschikbare opties hoeven te selecteren. En omdat wetenschappelijke inzichten steeds veranderen kwalificeert wetenschappelijke kennis niet en moeten we dus op een andere manier aan de eeuwige en onveranderlijke kennis komen. Wederom is dat vanuit een evolutionaire gedachte onzin. Bacteriën snappen niks, bomen niet, vissen niet, waarom dan die ene soort van homo sapiens wel? Het is al een wonder dat we zover zijn gekomen als we nu zijn.

Wereldbeeld

Dijkstra’s wereldbeeld vind ik ook problematisch. Zijn belangrijkste stelling is dat alles energie is (prima), maar dat er meer energie is dan de materiële dimensie, er is ook een mentale en een causale dimensie die bestaan uit “fijnere energie” die wij niet kunnen waarnemen. Maar ze kunnen wel invloed uitoefenen op de materiële dimensie. Mentale dimensie is bijvoorbeeld waar onze gedachten en emoties vandaan komen, de causale dimensie heeft weer te maken met vorige levens en is de oorzaak van waarom bijvoorbeeld sommige mensen ziek worden en anderen niet. Hij verwijst naar het concept van karma dat dus op die manier zou werken.

Ik vraag me af hoe dat kan. Kijk, zaken als magnetische velden en radioactiviteit kunnen wij mensen ook niet waarnemen, maar via hun interactie met de materiële dimensie zijn die fenomenen prima onderzocht. Les daaruit is dat als het invloed uitoefent op de ons bekende wereld (lees: materiële dimensie), dat we het dan in principe ook moeten kunnen onderzoeken.

Sterker nog, vanwege de wet van behoud van energie is die invloed op de materiële dimensie helemaal niet mogelijk. Er kan geen energie worden toegevoegd of onttrokken via de andere dimensies aan de materiële dimensie. Tenzij Dijkstra bedoelt te zeggen dat behoud van energie alleen maar geldt voor het totaal van de drie dimensies, maar dan versterkt dat alleen maar het punt dat het problematisch is dat we niets, maar dan ook helemaal niets, hebben kunnen vinden van een mentale, laat staan een causale dimensie.

En hoe werkt die interactie dan in de praktijk? Het mentale zou via de hersenen het lichaam besturen. Dat zou wederom aantoonbaar moeten zijn, maar even los daarvan. Waarom werken zaken als telepathie dan ook niet in laboratoriumomstandigheden, de mentale dimensie van de een kan dan toch ook direct hersenen van de andere aansturen? Waarom en hoe zou een mentale eenheid dan zo vastzitten aan dat ene lichaam?

Volgens Dijkstra valt trouwen ook het geheugen onder de mentale dimensie, maar er is inmiddels een Nobelprijs uitgereikt voor onderzoek naar materiële werking van het geheugen, ofwel hoe herinneringen op moleculair niveau worden vastgelegd in onze hersenen. Bovendien weten we dat een materiële hersenbeschadiging ervoor kan zorgen dat je bepaalde herinneringen gewoon kwijtraakt. Hier is het dus mijns inziens niet houdbaar om het geheugen buiten de materiële dimensie te plaatsen, ondanks dat de oude Hindoes dat wel deden. Misschien dachten ze ook wel dat aarde plat was, dat nemen we dan toch ook niet over?

Godsbeeld

Dat leidt mij tot zijn godsbeeld. Daarin vind ik hem niet consistent. Aan de ene kant stelt Dijkstra dat god energie is, dat god helemaal niet kan handelen en dat god ook niet goed of kwaad is te noemen, dat zijn alleen maar menselijke oordelen. Maar die onpersoonlijke god wil hij vervolgens alsnog verbinden met de klassieke eigenschappen van de persoonlijke god. Alomtegenwoordig kan ik plaatsen binnen een dergelijke onpersoonlijke god, almachtig kan met een wat alternatieve interpretatie van wat macht is er ook nog wel bij, maar met alwetend (god is kennis) en zeker met “god is liefde” wordt god alsnog heel antropomorf. Als god alles is en niet goed of kwaad is, dan is god niet alleen liefde, maar ook haat lijkt mij zo, maar daar wil hij blijkbaar niet aan.

Waar god of in ieder geval religie ook belangrijk voor is, is ons geluk. In onze wereld is geluk altijd van voorbijgaande aard. Religie geeft echter duurzaam geluk, en daarom zou je tijd moeten investeren in meditatie. Ik geloof niet dat ooit is aangetoond dat religieuze mensen inderdaad zo veel gelukkiger zijn dan niet-religieuzen. De stelling dat het duurzaam geluk geeft (en dat dat niet alleen voor Dijkstra zelf is, maar dat dat een universeel gegeven is) lijkt mij dus niet geheel plausibel. Bovendien is dit ook meer een stelling die geponeerd wordt in plaats van dat er enige onderbouwing voor wordt gegeven. Nou ja, net als met kennis lijkt de impliciete argumentatie te zijn: in dit leven hebben we geen duurzaam geluk, dus moet religie daar wel voor zorgen.

Dijkstra noemt overigens de wet van behoud van energie zelf ook, volgens hem volgt daaruit dat energie eeuwig is, dus grenzeloos en dus god. Puntje hierbij is wel dat natuurkundigen er tegenwoordig vanuit gaan dat de totale hoeveelheid energie in het heelal precies gelijk is aan nul, zie bivoorbeeld  Hawking en Mlodinov: the grand design. Iets met dat zwaartekracht negatieve energie is. Als er in totaal geen energie is, dan hoeft het dus ook niet eeuwig te zijn.

Samenhang wereld en god

Wereldbeeld en godsbeeld komen samen in verschillende zaken waarin Dijkstra laat zien dat dit een deel van de onverklaarbare zaken in het leven op deze manier een plek kunnen krijgen. Toeval bestaat niet volgens Dijkstra en alles is wat er gebeurt is dus een gevolg van bepaalde oorzaken. Zo niet oorzaken in dit leven, dan via de causale dimensie wel oorzaken uit een vorig leven. Hierin vind ik hem wel een typische wiskundige in tegenstelling tot een statisticus wat meer mijn eigen achtergrond is. De ruimte die er in de statistiek is voor toeval lijkt hij niet te kennen.

Hij komt bijvoorbeeld met het volgende probleem: een roker wordt oud terwijl iemand met een gezonde levensstijl jong overlijdt. Daar moet volgens hem een sluitende verklaring voor zijn en die vindt hij dan dus in die causale dimensie en vorige levens. Dan is de chaos die het leven is weer wat getemd en wegverklaard. Het punt is volgens mij dat gevolgen altijd meerdere oorzaken hebben en we dus bij focus op één mogelijke oorzaak alleen kunnen zien dat kans vergroot of verkleint zoals bij het roken en overlijden. De wereld is al te complex om alle oorzaken te kunnen achterhalen zonder er vorige levens bij te halen.

Conclusie

Wat ik kan waarderen aan het boek is dat Dijkstra een systematisch overzicht geeft van hoe hij tegen deze zaken aankijkt en over het algemeen daar ook redenen voor geeft. Ook wel sympathiek is dat hij uiteindelijk een liefdevolle en tolerante boodschap verkondigt. Zijn boodschap dat onze materiële wereld eigenlijk niet belangrijk is en het impliciete “eigen schuld. dikke bult” van het Karma / de causale dimensie kan ik dan weer minder waarderen.

Uiteindelijk is het dus vooral sympathiek in de categorie van: leuk geprobeerd, maar ik geloof er niks van. Dat hij foutjes maakt (Copernicus leefde voor Galilei niet erna, en Herakleitos was de man van panta rei en tweemaal in dezelfde rivier stappen, niet Plato) helpt daar ook niet bij. Wie zegt mij dat hij ook niet fouten maakt in de zaken waar ik toevallig minder vanaf weet en ik het dus niet doorheb zoals alle rondom het Hindoeïsme en Karma bijvoorbeeld?

En los daarvan vind ik het al lastig om mee te gaan in het idee dat je echte kennis over de absolute werkelijkheid kan halen uit eeuwenoude religieuze tradities. De conclusies die hij daaruit trekt zijn dan dus bij voorbaat al lastig. Vervolgens is het ook nog eens zo dat zowel zijn wereldbeeld als zijn godsbeeld mijns inziens niet logisch volgen uit zijn uitgangspunten en/of op cruciale punten onverenigbaar zijn met wat we nu weten over hoe in ieder geval de materiële dimensie in elkaar zit. Tja, ik kan er even niks mooiers van maken.

Appendix

Wat nieuws, een aantal detailopmerkingen van hoe Dijkstra soms redeneert en waarom ik daar niet in meega. Omdat de rest al lang genoeg was  komt dat bij deze in de allereerste appendix ooit op dit blog!

Een van de argumenten die Dijkstra gebruikt om te laten zien dat wij mensen meer zijn dan alleen een lichaam is dat liefde niet alleen voor het lichaam van de ander is. Nou, hij heeft gelijk als je lichaam alleen statisch opvat als ware het een esthetisch mooi standbeeld of zo. Maar liefde is natuurlijk de liefde voor de dynamische functies van het lichaam, het gedrag en de ideeën en hoe gesprekken lopen met de ander. Geen idee waarom dat niet allemaal functies van het lichaam zouden kunnen zijn en we daarom opeens een mentale dimensie nodig hebben.

Dat zou zoiets zijn als zeggen dat een auto een niet stoffelijk ziel heeft, omdat we een auto toch niet hebben omdat die er zo mooi uitziet. Nee, we hebben een auto vanwege de functies van de materie, dat hij ons kan vervoeren als belangrijkste, en die functies kunnen binnen de materiële dimensie bestaan zonder mentale of causale dimensie.

In diezelfde lijn: Dijkstra stelt dat onze zintuigen niet objectief zijn, daarvoor gebruikt hij onder meer het voorbeeld van de ruimte van 10 graden. Persoon A komt uit de vrieskou en vindt hem warm, persoon B uit een ruimte van 30 graden en vindt hem koud. Maar dat is dus statisch: op één moment kunnen verschillende mensen dezelfde ruimte anders beoordelen. Dynamisch is er echter geen enkel verschil, er is namelijk een reden voor hun verschillende oordelen. En als persoon A ook uit de 30 graden kamer zou zijn gekomen, dan had hij het ook koud gevonden in 10 graden. Er is dus geen verschil in personen en dus ook geen probleem met onze zintuigen als je rekening houdt met de dynamiek.

Ook het feit dat baby’s al verschillend gedrag vertonen moet volgens hem verklaard worden via de causale dimensie en dus vorige levens. Wat te denken van genen of omgevingsfactoren al in de baarmoeder? Bij eeneiige tweelingen is wel eens gezien dat degene die meer ruimte had in de baarmoeder ook onderzoekender was en meer durfde, om nog maar niet te beginnen over wat alcohol en drinken van de moeder kan doen voor gedrag van baby. Hoe kun je vaststellen dat er een onverklaard residu overblijft?

Ik heb het in dit stuk de hele tijd gehad over religie en met een reden. Net als veel christenen maakt Dijkstra een onderscheid tussen geloof en religie. In tegenstelling tot diezelfde christenen stelt hij juist dat hij niet aan geloof doet, maar wel aan religie. Geloof is namelijk de dogmatiek en het systeem. Ik kan me uiteindelijk toch niet aan de indruk onttrekken dat Dijkstra ook zelf een boek vol dogma’s heeft geschreven, dogma’s over het bestaan van fijnere energiesoorten in mentale en causale dimensies, dogma’s over reïncarnatie, dogma’s over hoe mensen echt gelukkig kunnen worden, enzovoort etcetera en wat nog meer. Hoe je het ook wendt of keert, religie en geloof(sinhoud) kunnen nu eenmaal niet zonder elkaar.

Advertenties

2 reacties op “Jaap Dijkstra – De absolute werkelijkheid

  1. Leuk,deze wederopstanding.Scheelt een hoop leeswerk ;).
    Grappig genoeg komt je eerste kritiek (mbt het paradijsdenken en negeren van polytheisme) erg in de buurt van McGrathss kritiek op het godsdienstig pluralisme in zijn boek ‘Bruggen bouwen’. Misschien heeft Dijkstra eea van John Hick gelezen?
    Wat wordt het volgende boek dat je fileert?

  2. @shinshinshun
    Reken niet te veel op een echt regelmatige terugkeer. Bovendien ben ik over het algemeen wat selectiever in waar ik aan begin te lezen, dus fileren zal dan vervolgens ook wel meevallen 😉

    Dit was een mooi voorbeeld van een uitzondering die deze regel bevestigt 😀

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: