3 reacties

De dood van koning Josia

Ik heb het eerder gehad over koning Josia. Toen ging het om de ontdekking (lees: het schrijven) van een vroege versie van Deuteronomium. Deze keer gaat het over zijn dood. Onze primaire bron hierover is Koningen, maar ook het later geschreven boek Kronieken vertelt het verhaal en wel een uitgebreidere versie ervan. Het is interessant om die te vergelijken. Maar om dat te doen eerst een kleine achtergrond van de geschiedenis van het land in die tijd en daarna ook nog iets over Koningen versus Kronieken.

Juda in de 7e eeuw v.chr.

Juda was een erg klein landje dat zich bevond tussen de grootmachten Egypte en Assyrië, en moet zich met de regelmaat van de klok tegen een van beiden verdedigen. Het tienstammenrijk was door de Assyriërs al in ballingschap gevoerd. Dat paste ook precies in de theologie van die tijd, die was niet gericht op een hiernamaals, maar op het leven hier en nu. Als ze deden wat god wilde, bleven ze onafhankelijk en was er vrede. Als ze niet deden wat god wilde, kwam er een buitenlands leger dat ze zou overheersen en in het ergste geval in ballingschap wegvoeren.

Dat werkt ook door in de lengte van de regeerperiodes. Goede koningen – koningen die doen wat goed is in de ogen des HEEREN – regeren lang en koningen die dat niet doen maar heel kort. Toen Josia als achtjarige op de troon kwam was het chaos in het land. Zijn vader Amon regeerde twee jaar, werd door dienaren vermoord, en deze samenzweerders werden vervolgens door het volk weer vermoord. Vervolgens riep het volk Josia, zoals gezegd 8 jaar oud, uit tot koning.

Koningen versus Kronieken

Koningen is onderdeel van wat wel de Deuteronomistische geschiedenis wordt genoemd. De boeken Jozua, Rechters, Samuel en Koningen vormen samen één werk. De naam komt omdat het naadloos aansluit op Deuteronomium, zowel qua verhaallijn als qua theologie. Algemeen wordt aangenomen dat dit het werk is geweest van tempelschrijvers en dat het over de tijd is geredigeerd en aangevuld met steeds nieuwe koningen.

Kronieken is veel later geschreven dan Koningen, belangrijkste is dat Koningen nog van voor de ballingschap is, terwijl Kronieken na de ballingschap is geschreven. De kroniekenschrijver(s) heeft Koningen als bron gebruikt om een eigen verhaal te vertellen. Daarbij nam hij de vrijheid om de verhalen aan te passen, delen toe te voegen of dingen weg te laten om de historie beter bij de theologie aan te laten sluiten. Enige voorbeelden:

  • over David wordt niets slechts verteld, het verhaal met Bathseba wordt bijvoorbeeld verzwegen;
  • Ook het ongeloof van Salomo door zijn vele vrouwen wordt verzwegen;
  • Manasse was volgens Koningen de allerslechtste koning die Juda ooit had gehad en daarmee de eigenlijke aanleiding voor de verwoesting van Jeruzalem en de ballingschap van Juda. Maar hij had wel de langste regeerperiode van alle davidische koningen, dat was theologisch gezien een probleem zoals we gezien hebben. Volgens Kronieken was er echter een bekeringsmoment waardoor Manasse uiteindelijk alsnog deed was goed was in de ogen des HEEREN.

Dan nu een profetie die niet uitkwam

Tijdens de regeerperiode van Josia is er waarschijnlijk een versie van de Deuteronomistische geschiedenis opgeleverd. Niet alleen waren de tempelschrijvers toen al actief met Deuteronomium, ook vertelt Koningen relatief veel over de regeerperiode van Josia en wel in een opvallend positieve toon. Maar misschien wel de belangrijkste reden is de profetie van Chulda:

En tegen de koning van Juda persoonlijk, die jullie heeft gestuurd om de HEER te raadplegen, moeten jullie zeggen: “Dit zegt de HEER, de God van Israël: Jij hebt je hart opengesteld voor de woorden die je hebt gehoord. Je hebt je verootmoedigd toen je hoorde wat ik over deze stad en haar inwoners heb gezegd, namelijk dat ze als vloek en schrikbeeld zou gelden. Je hebt je kleren gescheurd en voor mij gehuild. Daarom heb ook ik naar jou geluisterd – spreekt de HEER. 19 [18–19] 20 Je zult in vrede sterven en bij je voorouders begraven worden. Jij zult niet met eigen ogen hoeven aan te zien hoe ik onheil breng over deze stad.”’

Koning Josia zou volgens haar in vrede sterven, terwijl wij een hoofdstuk verder het volgende lezen:

29 Tijdens de regering van Josia trok farao Necho van Egypte naar de Eufraat op om zich bij de koning van Assur te voegen. Koning Josia ging de farao tegemoet, maar werd bij het eerste treffen, in Megiddo, door hem gedood.

Dat deze profetie niet uitkomt is waarschijnlijk het best te verklaren door aan te nemen dat de profetie al is opgeschreven toen Josia nog leefde. Sommige andere “profetieën” zijn feitelijk geschreven na de gebeurtenissen zelf, die dan ook akelig perfect worden voorspeld. Daniël is hier een mooi voorbeeld van.

En wat deed de kroniekenschrijver?

We hebben al gezien dat de kroniekenschrijver veel vrijheid nam bij het bewerken van de verhalen uit Koningen. Ook bij Josia heeft de kroniekenschrijver gezien dat Koningen een verhaal vertelt dat niet helemaal past binnen de theologische kaders. De oplossing is natuurlijk dat het niet aan god ligt, maar aan de mens, sinds het verhaal van de zondeval is daar niets in veranderd:

20 Na dit alles, nadat Josia in de tempel orde op zaken had gesteld, gebeurde het dat koning Necho van Egypte optrok om slag te leveren bij Karkemis aan de Eufraat. Josia trok hem tegemoet. 21 Koning Necho stuurde hem afgezanten met het volgende bericht: ‘Wat wilt u van mij, koning van Juda? Het is niet tegen u dat ik optrek, maar tegen het koningshuis waarmee ik in oorlog ben. God heeft mij gezegd dat ik moest voortmaken. U kunt u beter niet mengen in de zaken van God, die mij terzijde staat, anders zal hij u vernietigen.’ 22 Josia trok zich echter niet terug, maar verkleedde zich om met Necho slag te leveren. Hij luisterde niet naar wat Necho op gezag van God had gezegd, maar ging in de vlakte van Megiddo tot de aanval over. 23 Hij werd door boogschutters geraakt en riep toen zijn dienaren toe: ‘Haal me hier weg, ik ben zwaargewond.’ 24 Zijn dienaren haalden hem van zijn strijdwagen, legden hem op zijn andere wagen en brachten hem naar Jeruzalem. Daar stierf hij, en hij werd bij zijn voorouders begraven.

Dus Josia was gewaarschuwd door god zelf, maar wilde niet luisteren. Als hij wel had geluisterd, dan was de profetie van Chulda wel uitgekomen.

Bekend verhaal?

Opvallend is dat het verhaal van de dood van Josia heel erg lijkt op die van de dood van Achab uit 1 Koningen 22:

29 De koning van Israël trok samen met Josafat, de koning van Juda, ten strijde tegen Ramot in Gilead. 30 Hij zei tegen Josafat: ‘Ik wil niet als koning gekleed de strijd in gaan, maar houdt u uw koninklijke gewaad aan.’ De koning van Israël verkleedde zich dus voordat hij ten strijde trok. 31 De koning van Aram had de bevelhebbers van zijn strijdwagens, tweeëndertig man, het volgende opgedragen: ‘Vecht niet met een willekeurige soldaat, maar alleen met de koning van Israël.’ 32 Toen de bevelhebbers van de strijdwagens Josafat zagen, riepen ze: ‘Maar dat is de koning van Israël!’ Ze gingen op hem af om met hem te vechten, en Josafat schreeuwde om hulp. 33 Maar toen de bevelhebbers van de strijdwagens merkten dat hij niet de koning van Israël was, lieten ze hem met rust. 34 Een soldaat spande zijn boog en trof nietsvermoedend de koning van Israël tussen de schubben van zijn pantser. De koning zei tegen zijn wagenmenner: ‘Wend de teugel en breng me buiten het strijdgewoel; ik ben zwaargewond.’ 35 Maar de strijd liep zo hoog op dat de koning zich voor de ogen van de Arameeërs in zijn wagen overeind moest houden. Tegen de avond stierf hij; zijn wagen zat onder het bloed. 36 Toen de zon onderging, werd in het kamp het sein tot opbreken gegeven.

Ook hier komen we een koning tegen die in burger de strijd ingaat, door een verdwaalde pijl wordt geraakt en overlijdt. Bovendien weten we dat de kroniekenschrijver ook dit verhaal uit Koningen gekend moet hebben, maar niet had gebruikt. In Kronieken worden immers alle verhalen over het tienstammenrijk weggelaten en wordt alleen het verhaal van het koninkrijk Juda verteld.

Mijn hypothese is dus dat de kroniekenschrijver dit verhaal heeft gebruikt om het verhaal van Josia op te vullen zodat het theologisch ook allemaal wat lekkerder loopt.

Conclusie

Dat Josia nog voor zijn 40e stierf op het slagveld was niet helemaal in overeenstemming met de profetie van Chulda. Toen de kroniekenschrijver de geschiedenis van Juda hervertelde was dat ook opgevallen, daarom heeft hij het verhaal over de dood van Josia aagevuld ten opzichte van Koningen. Die aanvulling maakt duidelijk dat Josia gewaarschuwd was door god zelf, maar niet luisterde en daarom zelf zijn eigen dood heeft veroorzaakt. Dit verhaal lijkt echter verdacht veel op het verhaal dat Koningen vertelt over de dood van Achab, een verhaal dat de kroniekenschrijver toch nog niet had gebruikt omdat het over het tienstammenrijk ging.

Voor 21e eeuwse westerse mensen klinkt dit als bedrog in de oren. Voor een Joods schrijver die een half millennium voor onze jaartelling leefde is dat echter niet zo, dat is hoe geschiedschrijving in die tijd werkte. Men was niet geïnteresseerd hoe het in het verleden nu precies was gebeurd, maar wat we van het verleden konden leren. De verhalen waren dus niet bedoeld om historische feiten vast te leggen, maar om een boodschap over te brengen.

Advertenties

3 reacties op “De dood van koning Josia

  1. Ha Bram, je zegt “niet bedoeld om historische feiten vast te leggen, maar..”

    Nu vind ik dat niet zo waarschijnlijk. Zeker was het niet de bedoeling van de schrijver(s) om historische feiten vast te leggen zoals we dat nu gewoon zijn in geschiedbeoefening – dat zou een anachronisme zijn. Maar het lijkt mij sterk dat ze zelf zouden toegeven dat hun verhalen puur bedoeld waren om een boodschap over te brengen.
    Mijn indruk van antieke geschiedschrijving is dat de historia vaak bedoeld is als verslag van “hoe het gebeurd zou kunnen zijn”, sterk vanuit hun theologische logica gedacht. Zo van: het kan niet zo wezen dat die profetie zomaar niet uitgekomen is, dus Josia zal wel gewaarschuwd zijn.
    Dat is mijn indruk, maar ik geef die graag voor een betere. Groet, Cor.

  2. Ha Cor,
    Ik denk dat we op zich aardig op één lijn zitten, het ging mij er inderdaad om dat onze huidige standaard van geschiedenisschrijven een anachronisme zou zijn. Misschien heb ik dat in mijn conclusie iets te sterk verwoord. Natuurlijk worden ook de historische feiten gegeven, Josia was 8 jaar toen hij koning werd, regeerde 31 jaar, en deed veel dingen waar de tempelpriesters erg blij mee waren. Dus in die zin wordt er inderdaad ook wel aandacht besteed aan de historische gebeurtenissen zelf.

    Aan de andere kant zie je wel dat de verhalen ook veelal een theologisch punt willen maken. En juist omdat we zowel Koningen als Kronieken hebben kun je zien hoe dit proces werkt, hoe de verhalen enigszins aangepast worden om dat theologische punt te maken.

    Om dit te interpreteren als een “hoe het gebeurd zou kunnen zijn” vind ik wel een aardige gedachte. Wellicht dat de schrijvers dat inderdaad zo zagen.

  3. […] ze historisch correct waren. Daarmee is het punt van deze post min of meer dezelfde als die over de dood van koning Josia, alleen met een ander verhaal als […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: