9 reacties

Hans Küng – Bestaat god? (1)

Bram’s boekenclub is terug. Deze keer met slechts een half boek, want de tweede helft heb ik nog niet uit. Maar gezien de dikte is het wel prima om het in tweeën op te knippen. Hans Küng is een Rooms Katholiek theoloog die ook een filosofieopleiding heeft gehad. In de eerste helft van zijn boek dan ook helemaal geen bijbelteksten, maar wel veel filosofen die de revue passeren. Al in het voorwoord geeft hij het einde prijs, ja er is een god, zelfs de christelijke god, maar de reis ernaartoe blijkt zeker interessant. Een beetje opgebouwd als Dante’s goddelijke komedie: eerst dalen we af in de hel, om vervolgens op te klimmen langs de louteringsberg en de hemel te bereiken. In dit geval gaan we steeds verder twijfelen aan het oude, vertrouwde godsbeeld om vervolgens het van de grond aan op te bouwen en de conclusie te kunnen trekken dat god wel degelijk bestaat. Deze eerste post zal zich alleen bezighouden met het afdalen in twijfel en scepsis.

A: Verstand of geloof?

In dit deel wordt Descartes (ik denk dus ik ben) afgezet tegen Pascal (ik geloof dus ik ben) en wordt vooral gekeken naar waarin beiden overeenkomen. Belangrijkste is dat beiden op zoek zijn naar absolute zekerheid, daarnaast is het zo dat beiden zowel wetenschapper als gelovige zijn en dat beiden een tegenstelling tussen verstand en geloof zien, al komen ze tot een andere oplossing van die tegenstelling.

Wat nemen we hier uiteindelijk uit mee? Via de moderne wetenschapsfilosofie (Popper en Kuhn, waar ik het eerder over heb gehad) laat hij zien dat de wetenschap geen absolute zekerheid kan bieden. Daarom stelt hij voorstander te zijn van kritische rationaliteit, maar tegenstander van rationalisme. Dat is een rationaliteit die zichzelf en zijn eigen kunnen overschat en geen rekening houdt met de grenzen aan rationaliteit die mensen als Popper en Kuhn hebben aangetoond.

B. Het nieuwe verstaan van god

Dit deel handelt voornamelijk over Hegel. En dan voornamelijk over hoe Hegel een nieuw godsbeeld heeft gebracht. Dat godsbeeld gaat in tegen wat Küng het middeleeuws godsbeeld noemt, wat min of meer het godsbeeld lijkt te zijn waar ik mee groot ben geworden. Maar wat dat moderne godsbeeld dan is, vind ik lastig te begrijpen. Misschien snapt iemand anders hier iets van?

  • God is geen bovenaards wezen boven de wolken, in de fysische hemel! De naïef-antropomorfe voorstelling is achterhaald […]
  • God is geen buitenaards wezen aan gene zijde van de sterren, in de metafysische hemel! De deïstische voorstelling van de Verlichting is acherhaald: God is geen in de geestelijke of metafysische zin “buiten” de wereld in een buitenwereldlijk aan-gene-zijde (“wereld achter de wereld”) zijnde, verobjectiveerd, tot ding gemaakt “tegenover”. […]
  • God is in deze wereld en deze wereld in God! Het gaat om een innerlijk samenhangend werkelijkheidsverstaan: God is niet alleen maar als deel van de werkelijkheid een (hoogste) eindige naast het eindige. Hij is veeleer het oneindige in het eindige, de trancendentie in de immanentie, het absolute in het relatieve. Juist als de absolute kan God met wereld en mens in betrekking treden: betrekking, “relatie” niet in de zin van zwakheid, afhankelijkheid, slechte relativiteit, maar van sterkte, de onbeperkte vrijheid, de absolute souvereiniteit. Zo is God de absolute die relativiteit insluit en schept, die juist als de vrije God betrekking mogelijk maakt en betrekking realiseert: God als de absoluut-relatieve, aan deze zijde van gene zijde, trancedent-immanent, alomvattend-alles met zorg besturende werkelijkste werkelijkheid in het hart van de dingen, in de mens, in de mensengeschiedenis, in de wereld. Dus een in de wereld immanent boven de wereld staan van God: een hedendaags verstaan van God in deze wereld! […]
  • “In de wereld zijn” wordt dus gebruikt (als categorie van een alomvattend, “trancedenteel” begrip) zowel van de mens en de wereld als van God: weliswaar niet op gelijke wijze (univoque), ook niet op ongelijke wijze (aequivoque), maar gelijk in altijd nog grotere ongelijkheid (analoog): anlogie van in-de-wereld- zijn!
p. 210

Ik snap de eerste twee bullits prima. Ik snap een beetje wat hij wil bereiken met de derde, hij wil god in onze wereld trekken maar tegelijkertijd waakt hij ervoor dat zijn godsbeeld pantheïstish of panentheïstisch wordt. Maar hoe vaak ik die passage ook lees, ik wordt er geen wijs uit. Net als de vierde overigens: het is niet hetzelfde, maar ook niet anders?! Tja, ik ben misschien toch teveel beta en te weinig alfa om dat te vatten of zo.

C: De uitdaging van het atheïsme

Gaat over Feuerbach, Marx (boek is geschreven in 1978, dus nog voor de val van de muur), en Freud, drie mensen die hun eigen atheïstische ideeën hadden. Uiteindelijk concludeert hij dat hun atheïsme niet gefundeerd is, in die zin dat ze vanuit de vooronderstelling dat god niet bestaat een alternatieve verklaring hebben gegeven over waar religies vandaan komen. Overigens kan hij alsnog veel waardering opbrengen voor alle drie, omdat hun atheïsme altijd diep-humanistisch is, en er in hun visies tot zal leiden dat de situatie voor mensen zal verbeteren.

Hier toont Küng zich iemand die in het spoor van Descartes en Pascal op zoek is naar absolute zekerheid: “Als de drie atheïsten niet met 100% zekerheid hebben aangetoond dat god niet bestaat hebben ze niets aangetoond, dan is hun atheïsme ongefundeerd” is wat hij vervolgens min of meer zegt. Natuurlijk heeft hij daar gelijk in, maar gezien hij eerder in deel A met behulp van de moderne wetenschapsfilosofie heeft laten zien dat die 100% absolute zekerheid eigenlijk niet mogelijk is snap ik het toch niet helemaal. Het doet geen recht aan de argumenten die ze wel geven, en op welke wijze dat in ieder geval de plausibiliteit van het bestaan van god beïnvloedt. Het hele woord “plausibiliteit” ben ik nog niet tegengekomen, wat mij als statisticus ergens natuurlijk een beetje pijn doet.

D: Nihilisme – consequenties van het atheïsme

Ja, het gaat in dit deel natuurlijk over Nietzsche. De man die in zijn atheïsme niet zozeer humanistisch was en de mens vrij wilde maken, maar de mens zelf wilde overwinnen. Dit nihilisme is niet te bewijzen, maar ook niet te ontkrachten, het is een soort basisinstelling waarmee je tegen de wereld aankijkt. Heel anders dus dan de denkers in deel C, die blijkbaar heel andere consequenties trokken uit hun atheïsme. Küng zag echter bij die drie dat hun voorspellingen over het uitsterven van religie niet zijn uitgekomen. Van Nietzsche ziet hij de voorspelling van de übermensch wel min of meer uitkomen:

In de tweede helft van de twintigste eeuw is deze soort mens maar al te goed bekend: mensen zonder God, wier onderlinge betrekkingen tot op het terrein van het privéleven toe verzakelijkt zijn, bepaald door functionele en gebruikswaarde, geleid door machtsbelangen: de zwakke overal het slachtoffer van de sterkeren, van hen die hoger staan en minder scrupules hebben. De horizon van de zin inderdaad uitgewist, geen hogere waarden meer, geen verplichte normen, geen idealen meer om zich aan toe te vertrouwen, geen absolute waarheid. Wordt het menselijk verkeer niet in feite bepaald door een nihilisme der waarden?

[…]

Het heeft zonder twijfel niet alleen maar met een heel complex aan sociale factoren, maar uiteindelijk ook met een nihilistische afwezigheid van normen en oriëntering te maken, als het aantal diefstallen, berovingen, geweldsmisdrijven, moorden door kinderen, jeugdigen, studenten (steeds meer ook van het vrouwelijk geslacht) schrikbarend veel groter geworden is, als het aantal drugsverslaafden, drop-outs, zelfmoorden het laatste decennium geweldig is gestegen, de vatbaarheid voor ideologie vaak tot waanvoorstellingen toe is toegenomen.

p. 444-445

Ik ben toch niet de enige die het gevoel heeft dat hij hier volledig uit de bocht vliegt? Dit soort “vroeger was alles beter theologie” lijkt mij niet echt de manier om verder te komen. Om niet te zeggen dat je de redenatie om zou kunnen draaien door te stellen dat de huidige tijd juist veel beter is, dat we rijker zijn, er vooral minder echt arme mensen zijn, we het al relatief lang zonder oorlogen hebben kunnen uithouden met elkaar, en dat alles door de afwezigheid van dominante religieuze ideologieën. Natuurlijk is dat een erg eenzijdig verhaal, op het onzinnige af, maar het bevat zeker zoveel waarheid als het verhaal dat Küng hier ophoudt.

Overigens revancheert hij zich enigszins door even later te stellen:

Er is niet alleen maar het alternatief “ofwel geloof in God ofwel nihilisme”, zoals vaak wordt beweerd. Anders zouden alle atheïsten nihilisten zijn, wat ze niet zijn. Elk nihilisme, zoals het hier in discussie is, is wel atheïstisch, maar niet elk atheïsme is tegelijk nihilistisch. De antwoorden op atheïsme en nihilisme moeten dus onderscheiden worden.

p. 456

Dat lijkt tegen te spreken wat hij eerder zei en ook de titel van dit deel trouwens. Dus ik was toch wel blij om dit te lezen. Dat schept weer vertrouwen in de tweede helft van dit boek.

Conclusie?

Nog niet echt. In ieder geval tot zover een fascinerend boek, afgezien van pagina 444-445. De beste man is heel eerlijk in zijn eigen zoeken, spaart de christelijke kerk niet en ook de pausen krijgen er soms van langs, onder andere voor de behandeling van Galilei of omdat ze zich zo lang hebben verzet tegen de evolutietheorie. Bovendien geeft hij bij elke hoofdrolspeler een combinatie van biografische elementen en hun denkbeelden. Dat geeft een mooi inzicht in die personen. En zeker Hegel, Freud en Nietzsche had ik nog wel op mijn lijstje staan om nog eens verder in te duiken, dus ook wat dat betreft heel interessant.

Ben benieuwd hoe het opbouwen nu verder gaat. Een aantal elementen die hij heeft benadrukt gaan ongetwijfeld daar een belangrijke rol in spelen, maar een heel duidelijk pad ligt er nog niet en het is dus nog steeds spannend genoeg.

Advertenties

9 reacties op “Hans Küng – Bestaat god? (1)

  1. He Bram,

    Hegel ken ik ook onvoldoende, dus op je vraag kan ik niet echt antwoord geven. Maar ik zal eens wat rondlezen. Als ik iets vind wat deze passage kan verduidelijken, laat ik je dat weten…

    “Dat lijkt tegen te spreken wat hij eerder zei en ook de titel van dit deel trouwens. Dus ik was toch wel blij om dit te lezen. Dat schept weer vertrouwen in de tweede helft van dit boek.”

    Grappig. Iemand spreekt zich tegen en dat wekt bij jou vertrouwen! 😉

    ““Als de drie atheïsten niet met 100% zekerheid hebben aangetoond dat god niet bestaat hebben ze niets aangetoond, dan is hun atheïsme ongefundeerd” is wat hij vervolgens min of meer zegt. Natuurlijk heeft hij daar gelijk in, maar gezien hij eerder in deel A met behulp van de moderne wetenschapsfilosofie heeft laten zien dat die 100% absolute zekerheid eigenlijk niet mogelijk is snap ik het toch niet helemaal.”

    Ik vind sowieso de term ‘aantonen’ (dat zegt de jurist in mij) hier niet op zijn plaats. Het hoogst haalbare is ‘aannemelijk maken’. Alles wat je meer denkt te kunnen claimen, gaat te ver… Dus ik ben het met je eens.

  2. Ik heb niet voor niets dat hele stukje over zitten tikken, juist zodat ook iemand zonder enige hegelkennis daar wellicht ook nog iets zinnigs over zou kunnen zeggen 😉

  3. En als je het eens leest op de manier waarop je poëzie zou lezen?

    (Niet dat het Duitse proza van Küng zo poëtisch is hoor 😉 )

  4. Ha Cor,
    zoals ik al zei ben ik waarschijnlijk te veel beta en te weinig alfa om de poëzie te vatten 😉

    En ja, filosofisch jargon als poëzie… Hij wekt eigenlijk juist de indruk heel precies te willen omschrijven wat god wel en vooral wat god niet is. Punt is denk ik vooral dat hij zoveel mogelijke godsbeelden afwijst dat ik het gevoel heb dat er niets meer over is, maar hij probeert in die poëtische zinnen te laten zien dat er toch nog ruimte is tussen het “middeleeuwse” en het pan(en)theïstische godsbeeld.

    Of hij daar in slaagt hangt misschien wel van de lezer af, alhoewel hij een paar bladzijden daarvoor juist ontkent dat god alleen maar in ons bewustzijn bestaat, tegen het idealisme. Hij kent god dus wel degelijk een min of meer objectief bestaan toe.

  5. Dus wacht ik de opbouw af in je volgende teksten Bram. Dat zal een flink stuk werk zijn voor jou, over nog steeds tekortschietend gigabytes groot werk van zoveel geleerden.

    Bestaat ‘ie?
    Over iets waarover we niets weten, niets kunnen weten, dan wat rafels
    1.
    die aanduidingen vormen van invloeden vanuit “dat wat we nog steeds niet weten” en
    2.
    die aanduidingen van invloeden vanuit onszelf naar een gebied, een iets, waarover we nog steeds niets weten.

    Ik vermoed wél dat die invloeden plaatsvinden dichtbij of in onze aardekloot.

    Een houding als van Galileo Galilei, die heeft geroepen: “Eppur si muove!” (“En toch beweegt zij!” – namelijk de aarde om de zon), – uit Wikipedia – nog apocrief ook; zou ons niet misstaan. Blijven bestuderen (of niet!) van een voortgaand waarnemen van kleiner dan het kleinste en verder dan de verste heelallen. Het zou ons verder brengen dan het vaststellen dat we een god hebben, of goden al naar gelang onze plaatsen op de wereld. Waarom zouden we NU stil moet blijven staan in een immer veranderende wekelijkheid?

    Zijn de (voor mij onmiskenbare) vooruitgangen van de menselijke wezens aan hen/haar te danken? Of aan een tijdgeest zonder goddelijke invloeden?

    Een onwetende kan meer vragen dat een triljoen wijzen kunnen beantwoorden. Ik gok op een voortdurende toevoer van energie naar onze mensenwereld gepaard gaand aan een even voortdurende wederzijdse beïnvloeding van onze daden en onbekende “daden” Waarvan we nog niet genoeg weten of willen weten. Ik denk dat er nog veel valt te ontdekken.

  6. […] Vorige keer heb ik de eerste helft van het boek besproken, dat draaide voornamelijk om andere filosofen. Het liet zien dat mensen door op hun ratio te vertrouwen zijn gaan twijfelen aan het godsbeeld, aan het bestaan van god en uiteindelijk aan de waarde van het leven zelf. Conclusie was dat dit op Nietzsche gebaseerde nihilisme niet te weerleggen is, maar dat het ook niet te bewijzen is. De tweede helft van het boek is geweid aan een oplossing uit die impasse. Hij behandelt ontzettend veel onderwerpen in een toch nog beperkte hoeveelheid bladzijden. Ik zal dus eerst maar een samenvatting geven van de hoofdlijn van zijn betoog om vervolgens alleen wat grotere kritiekpunten te geven. […]

  7. Hans Küng… staat nog op mijn verlanglijstje.
    Je blogthema komt me bekend voor?!
    Ik kwam er al googlend op terecht, en zie dat kerkelijke vragenstellers weliicht al snel dezelfde vragen stellen. Nu de antwoorden nog?!

  8. Nou… inmiddels ben ik al gevorderd tot een ex-kerkelijk vragensteller. Dus dat levert al weer enige antwoorden op 😉

    Zie bijvoorbeeld deze post voor enige van mijn persoonlijke antwoorden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: