Een reactie plaatsen

Van mening veranderen (5)

De conclusie, of in ieder geval voor nu even. Hoe werkt dat nu, van mening veranderen. Of eigenlijk vooral, van overtuiging, van wereldbeeld veranderen? Het is niet gewoon een kwestie van bepaalde informatie erin en de bijbehorende overtuigingen komen er wel uit rollen. Er zijn namelijk genoeg mensen die dezelfde informatie krijgen en die toch heel anders waarderen, beoordelen en er vervolgens dus verschillende conclusies uittrekken. Maar het is ook weer niet zo dat we onze overtuigingen vrij kiezen onafhankelijk van de informatie die we tot onze beschikking hebben. Niemand kan er meer voor kiezen om in Sinterklaas te geloven, zelfs al zou je het willen.

In de afgelopen posts hebben we een aantal filosofische ideeën voorbij zien komen die wat licht kunnen werpen op deze vragen. Ieder model en concept zoomt in op een ander aspect, zodat er niet een heel eenduidig plaatje uit tevoorschijn komt. Ze overlappen wel vaak enigszins, en een aantal conclusies hebben we daarom meerdere keren voorbij zien komen, vanuit verschillende kanten bekeken. Die komen hier, bij wijze van afsluiting, nog een keer voorbij.

Absolute zekerheid bestaat niet

Of je het nu bekijkt vanuit:

  • de ideeën van Popper, dat je nooit kan bewijzen dat iets wel zo is (verifiëren), alleen maar bewijzen dat iets niet zo is (falsificeren);
  • Quine’s alsmaar veranderende web van overtuigingen;
  • het Bayesiaanse updaten van je zekerheid;
  • het loslaten van het foundationalsm;
  • de geschiedenis van de wetenschap, zoals het feit dat Newton’s wetten na 300 jaar alsnog verkeerd bleken te zijn;

het leidt allemaal tot de conclusie dat je nooit 100% absoluut zeker kan zijn van je overtuigingen. Dit is om vier redenen belangrijk. Ten eerste is er geen tegenstelling tussen “zeker weten” en “geloven”, en ten tweede heb je meer informatie nodig om enige mate van zekerheid te verkrijgen, als derde moet je wel open staan voor je eigen ongelijk in discussies en ten slotte hoeft je nieuwe overtuiging ook niet absoluut zeker te zijn.

In veel discussies wordt er uiteindelijk geconcludeerd dat geen van beide kanten helemaal zeker kan zijn, en beide standpunten gewoon een keuze zijn. Er valt niets meer over te zeggen. De uitspraak dat “als je het zeker kon weten, het dan ook geen geloof meer zou zijn” is ook zo’n discussiedoder. Dit gaat er echter vanuit dat je van andere dingen wel absoluut zeker kan zijn, en nog belangrijker: dat alles waar je niet zeker van bent gelijkwaardig onzeker is. Terwijl er natuurlijk verschillende mate van zekerheid bestaat. Binnen de Bayesiaanse epistemologie wordt dat uitgerukt met een soort kans: hier ben je 90% zeker van, en daar maar 60% zeker van. “Weten” en “geloven” zijn dus niet twee fundamenteel verschillende dingen, maar verschillen alleen in de mate van zekerheid, een gradueel verschil dus.

Dit leidt naar het volgende punt: om meer zekerheid te verkrijgen heb je ook meer informatie nodig. Er is zelden één doorslaggevend argument, want dat argument rust ook weer op bepaalde niet-zekere aannames. Je hebt dus vaak meerdere ondersteunende argumenten nodig om redelijk zeker te zijn van een overtuiging. Ook is het belangrijk om te weten wat de argumenten van andersdenkenden zijn. Puur het feit dat er andersdenkenden zijn geeft al aan dat jouw argumenten blijkbaar overkomelijk zijn. Pas als je de tegenargumenten bekijkt, beoordeelt en als zwak bestempelt kun je echt vrij zeker zijn van je eigen overtuigingen.

Het derde en eigenlijk meest logische gevolg van het ontbreken van absolute zekerheid is dat je open moet blijven staan voor andere denkbeelden. Zolang je denkt wel absoluut zeker te zijn, ben je onaantastbaar voor tegenargumenten. Dit blijkt ook uit de Bayesiaanse statistiek: begin je met een prior van 0 of 1 (100% zeker niet waar, of 100% zeker waar) dan zal onafhankelijk van het bewijs de posterior ook 0 of 1 zijn. Mensen hebben vaak door dat dit voor de tegenpartij belangrijk is, maar dit werkt natuurlijk wel twee kanten op: je moet ook zelf open blijven staan voor andere inzichten. Dit betekent echter weer niet dat je een ander standpunt eerst maar eens het voordeel van de twijfel moet geven, om vervolgens maar eens te zien of “het werkt”. Dat zou weer een voorkeursbehandeling zijn, en omdat onze overtuigingen ook onze interpretatie van onze ervaringen kleuren, zou dit te snel kunnen leiden tot de conclusie dat iets inderdaad werkt. (Is dus wel een succesvolle evangelisatietactiek.)

Ten slotte laten mensen een overtuiging niet zomaar los, er komt altijd iets nieuws voor in de plaats. Denk aan de paradigmaveranderingen van Thomas Kuhn. Maar als we nooit 100% absolute zekerheid kunnen hebben hoeven we van ons nieuwe standpunt ook niet te verlangen dat die alle vragen en problemen van de hele wereld oplost. Hooguit dat die een aantal problemen die je oude overtuiging had kan oplossen. Vaak werkt het alleen niet zo, van het nieuwe standpunt wordt veel meer verlangd dan  van het bestaande standpunt. De status-quo is nu eenmaal sterk. Dat het alternatief niet alles oplost en zorgt voor wereldvrede is soms al rede genoeg om het af te wijzen. Maar ook een kleine stap voorwaarts is een verbetering en zou het overwegen waard moeten zijn.

Alle iemands overtuigingen zijn onderling verbonden

Tweede conclusie die eigenlijk overal uit blijkt is dat al iemands overtuigingen onderling verbonden zijn. Dit betekent dat het heel lastig is om van overtuiging te veranderen op één geïsoleerd puntje. Omdat die ene overtuiging ook weer verbonden is met anderen is het dus nodig om het hele pakket in verband te overzien. Ook kan het nodig zijn om verschillende overtuigingen die met elkaar verbonden lijken te zijn los van elkaar te gaan zien.

Als voorbeeld mijzelf. Ik leerde eerst (voor mij) nieuwe theorieën over de bijbel die mijn overtuiging van openbaring, goddelijke inspiratie verminderden. Daarmee dus ook een belangrijk deel van mijn overtuiging dat god bestaat ondermijnden. Vervolgens leerde ik meer over systematische theologie en begon ik het hele concept van god onbegrijpelijk te vinden. Bovendien ontdekte ik dat mijn moraal helemaal niet zulke sterke christelijke wortels had als ik dacht, die kwam meer overeen met huidige westerse moraal dan met een bijbelse moraal. De connectie die ik veronderstelde tussen mijn godsgeloof en mijn moraal was er dus eigenlijk niet. Dat bij elkaar maakte mijn godsgeloof vrij genoeg om het los te laten.

Dus?

Dus mensen veranderen pas van overtuiging als er aan een aantal voorwaarden is voldaan. Je moet ten eerste openstaan voor verandering, je moet van de potentiële nieuwe overtuiging niet meer verlangen dan van hun huidige overtuiging, en je moet vaak flink studeren. Niet alleen omdat je meerdere argumenten nodig hebt om enige mate van zekerheid over standpunten te verkrijgen, maar juist ook omdat je je niet kan beperken tot één geïsoleerde overtuiging, je zult je moeten verdiepen in meerdere onderwerpen die samenhangen, omdat ook je overtuigingen op die gebieden samenhangen.

Dus ja, het is niet gek dat mensen verschillend reageren op min of meer dezelfde informatie. Ze hebben al andere overtuigingen, waardoor nieuwe informatie een andere uitwerking heeft. Ook kunnen ze wel min of meer dezelfde informatie krijgen over één onderwerp, maar als je totaal verschillend denkt over de samenhangende onderwerpen of daar andere informatie over hebt, dan heeft dat dus ook een uitwerking op je beoordeling van die min of meer dezelfde informatie.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: