11 reacties

Van mening veranderen (2)

Ja, waarom en hoe veranderen mensen van mening. Dat is de vraag, en dan iets specifieker: waarom reageren verschillende mensen op een andere manier op min of meer dezelfde informatie. Vorige keer hebben we een aantal eerste mogelijke factoren gezien die daar invloed op zouden kunnen hebben, hypothesen zogezegd. Deze keer kijken we naar wat theoretische ideeën over hoe opvattingen kunnen veranderen.

Wetenschap

Mensen die een universitaire studie hebben gedaan hebben geloof ik allemaal wel van mensen als Karl Popper en Thomas Kuhn gehoord. Popper kwam met het idee dat we een wetenschappelijke theorie nooit kunnen verifiëren, we kunnen hem alleen maar falsificeren. Wat betekent dat? Stel dat we de theorie hebben dat alle zwanen wit zijn: dan kunnen we die nooit bewijzen door steeds weer witte zwanen te spotten, er kan er altijd ergens nog een niet-witte zwaan zijn die we gewoon nog nooit hebben gezien. Het enige dat we wel kunnen doen is een zwaan vinden die niet wit is, waarna de theorie is gefalsificeerd. Ofwel, dan weten we zeker dat de theorie niet klopt. Wetenschappers zouden volgens Popper dus een theorie op moeten stellen en vervolgens proberen om iets te vinden dat niet klopt met de theorie. Als dat niet lukt is dat een goede aanwijzing dat de theorie wel degelijk klopt, maar zeker weten kun je het dus nooit.

Thomas Kuhn heeft bekeken hoe er wordt gewisseld van de ene naar de andere theorie. Dat gaat niet heel geleidelijk maar sprongsgewijs. Hij noemde dat een paradigmawisseling. Want het gaat niet alleen om de theorie zelf, de theorie is namelijk ook leidend in wat voor onderzoek er gebeurd en er gaat dus heel veel omheen hangen. Totdat de theorie langzaam aan op steeds fundamenteler punten wordt gefalsificeerd. Maar dan wordt de theorie, het paradigma, niet meteen opgegeven. Dat kan pas als er een alternatief is, een nieuw paradigma. Zodra dat er is en dat de problemen van de oude theorie blijkt te kunnen oplossen zal (bijna) alles en iedereen overstappen en zitten we weer in een nieuwe rustige periode.

Falliblism

Het gevolg is duidelijk. Doordat verificatie niet mogelijk is, kunnen we nooit absoluut 100% zeker zijn dat een bepaalde theorie waar is. En zelfs de basisideeën van waaruit we werken, het paradigma, kan veranderen. Dat idee is ook een term voor verzonnen: falliblism. We kunnen nooit zeker zijn dat onze overtuigingen waarheid zijn en zelfs als ze dat toch zouden zijn, dan nog kunnen we nooit zeker weten dat ze waarheid zijn.

Op het eerste gezicht lijkt dit de hele wetenschap overbodig te maken. Maar op het tweede gezicht is dat natuurlijk onzin. Het weerbericht weet je ook zeker van dat het niet helemaal klopt, maar toch is het nuttig omdat het in ieder geval in de buurt zit. Zo weten econometristen zeker dat hun model een versimpeling is van de werkelijkheid en dus niet correct. Toch kan het model – juist doordat het een versimpeling is – inzicht geven in de werkelijkheid. En langzaamaan worden er steeds complexere modellen gemaakt die steeds meer aspecten van de werkelijkheid mee kunnen nemen.

Quine en het web van overtuigingen

Dit is bij veel mensen vrij bekend. Wat minder algemeen bekend is dat Willard Van Orman Quine vergelijkbare ideeën heeft geïntroduceerd voor persoonlijke overtuigingen. Hij vergeleek de overtuigingen van iemand met een web. Dit is een metafoor (of model) dat een aantal kenmerken heeft:

  • het eerste is dat de overtuigingen van een persoon met elkaar verbonden zijn en elkaar dus ook onderbouwen of versterken;
  • tweede is dat overtuigingen aan de rand van het web met de buitenwereld zijn verbonden, denk bijvoorbeeld aan dingen die we zelf observeren;
  • maar in het centrum van het web zitten overtuigingen dit slechts indirect aan de buitenwereld te toetsen zijn, het gaat hierbij vaak om onze fundamentele vooronderstellingen die niet goed te onderbouwen zijn;
  • als we nieuwe overtuigingen krijgen verandert het web, maar veranderingen komen vaak van de buitenkant en de overtuigingen in het centrum veranderen dus maar langzaam;
  • pas als de ondersteunende functie van centraal-liggende overtuigingen is overgenomen door andere overtuigingen kunnen ze wegvallen.

Hierin zien we dus wederom ideeën van falliblism terugkomen, er is een web en er moeten altijd overtuigingen in het centrum daarvan zitten, maar iedere specifieke overtuiging kan uiteindelijk uit het web verdwijnen. Daarnaast is het idee van een paradigmawisseling ongeveer 1-op-1 te vertalen naar een wisseling van de overtuigingen in het centrum van het web.

Conclusie?

We hebben wat theoretische concepten gezien over hoe wetenschap werkt en hun vertaling naar persoonlijke overtuigingen. Iedereen heeft een web van overtuigingen, en de structuur van het web bepaalt wat er gebeurt met nieuwe informatie. Past het goed in het bestaande web? Zo nee, welke overtuigingen worden dan aangepast? En hoe diep, hoe dicht bij het centrum komen de aanpassingen in het web?

Dat geeft aardig houvast in de vraag hoe het komt dat verschillende mensen anders reageren op min of meer dezelfde informatie. Blijkbaar zijn ze begonnen met een ander web van overtuigingen. En ja, blijkbaar was mijn web vrij kwetsbaar opgebouwd…

Advertenties

11 reacties op “Van mening veranderen (2)

  1. @Bram,

    Erg leuk om te lezen. Met name Quine kende ik nog niet. Maar in hoeverre past ‘geloven’ binnen de kennistheorie? Vooral wanneer het christelijk geloof meent dat het bij geloven zowel een intellectuele als een relationele bezigheid gaat?

  2. Ha vertue,
    Quine kende ik zelf ook alleen maar vaag van naam. Nu ook maar een heel erg korte introductie gehad, dus staat wel op de rol om nog eens iets meer over te gaan lezen.

    Wat betreft het verschil tussen intellectueel en relationeel weet ik niet of dat wel zo ontzettend groot is. Het relationele is toch altijd gebouwd op een intellectueel fundament mijns inziens. Je moet toch minimaal de overtuiging hebben dat er een god is waar je überhaupt een relatie mee kan hebben als basis van een mogelijke relatie.

    Dus zelfs als je relationele overtuigingen uit zou sluiten van dergelijke intellectuele bezigheden heb je nog steeds niet je hele geloof daarvan gevrijwaard.

  3. @Bramvandijk,

    Er is inderdaad geen sprake van een grote overlapping tussen de domeinen van het geloven en dat van kennis. Geloven als werkwoord veronderstelt geloofsinhoud.

    Waar ik op mijn beurt dan benieuwd naar ben is hoe het ‘centrum’ van dit web zich met de relationele kern van het geloof verhoudt.

  4. @vertue

    Waar ik op mijn beurt dan benieuwd naar ben is hoe het ‘centrum’ van dit web zich met de relationele kern van het geloof verhoudt.

    Goede vraag. Ergens kan dat natuurlijk per persoon verschillen.

    Als ik er even vanuit ga dat de relationele kern te maken heeft met ervaringen, dan zouden die ervaringen aan de rand van het web zitten. De interpretatie van die ervaringen komt van de overtuigingen in het centrum: god bestaat en wil een relatie met mij en wat al niet nog meer.

    Het interessante is dat dat centrum vaak helemaal onbewust is en de interpretatie van ervaringen dus volkomen automatisch gaat en aanvoelt alsof het helemaal geen interpretatie is, maar gewoon een direct weten van de waarheid of zo. En zo zou het zomaar kunnen zijn dat iemand dus denkt een relatie te hebben met god en helemaal geen dogma’s aanhangt…

  5. […] 1 ging over een aantal eerste ideeën en mogelijke oorzaken, deel 2 over enkele theorieën uit de kennisleer of epistemologie die wat licht kunnen werpen op dit […]

  6. @Bramvandijk
    Leuk dat je Quine over het voetlicht brengt. Die naam kom je niet vaak meer tegen. Dat is jammer, want hij weet behoorlijk lastige filosofische problemen op een compacte, begrijpelijke en leesbare manier te behandelen.
    Volgens mij komt de theorie die je hier beschrijft voort uit zijn essay ‘two dogma’s of empiricism’. Daarin vecht hij het postulaat aan dat je van iedere uitspraak onafhankelijk kan vaststellen of het een analytische (logische / wiskundige of linguïstische) waarheid is of een uitspraak over de werkelijkheid. Quine stelt daartegenover dat je alleen van een theorie – als een set van uitspraken – kan stellen dat deze een analytische component bevat (die oa definieert wat de gehanteerde begrippen betekenen) en een synthetische (empirische). Het karakter van een individuele bewering is daarin afhankelijk van de rol die die bewering op een gegeven moment binnen die theorie speelt en kan dus ook veranderen op basis van nieuwe inzichten. Iets wat eerst een rotsvaste definitie was kan dus ook een hypothese worden met een vraagteken erachter.
    Hij pleitte dan ook om daar pragmatisch mee om te gaan en je niet blind te staren op principiële verschillen.

  7. @Flipsonius
    Dat is inderdaad ongeveer hoe ik het had begrepen. Maar ik ben Quine ook nog maar net en vrij beknopt “tegengekomen”, dus ik ben zeker geen expert. Maar hij is interessant genoeg om nog eens wat meer van op te zoeken.

  8. […] hebben het in deel 2 gehad over hoe onze overtuigingen met elkaar samenhangen volgens Quine’s web van […]

  9. […] ideeën van Popper, dat je nooit kan bewijzen dat iets wel zo is (verifiëren), alleen maar bewijzen dat iets niet zo […]

  10. […] het coherentism dan bij foundationalism (voor die termen zie hier). Ook dingen als falliblism (zie hier), dat je nooit absoluut zeker van een idee kan zijn, is goed te begrijpen vanuit Heideggers […]

  11. […] we hier uiteindelijk uit mee? Via de moderne wetenschapsfilosofie (Popper en Kuhn, waar ik het eerder over heb gehad) laat hij zien dat de wetenschap geen absolute zekerheid kan bieden. Daarom stelt […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: