22 reacties

Opstanding: verschijningen

Ik heb al een aantal dingen geschreven over de opstanding van Jezus, zie hier de index, belangrijkste wat daar nog aan miste was iets over de verschijningen. Naast het lege graf zijn namelijk de verhalen over verschijningen van Jezus na zijn dood het belangrijkste argument voor de historiciteit van de opstanding.

Verhalen

Ja, dat klopt. Het enige dat we weten over de verschijningen is de verhalen die we daarvan hebben. Zoals ik hier al heb verteld is het oudste wat we hebben de brieven van Paulus en dan vooral 1 Kor 15 is interessant:

dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, 4 dat hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, 5 en dat hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf leerlingen. 6 Daarna is hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven. 7 Vervolgens is hij aan Jakobus verschenen en daarna aan alle apostelen. 8 Pas op het laatst is hij ook aan mij verschenen, aan het misbaksel dat ik was.

Hier is dus al sprake van een reeks van verschijningen van de opgestane Jezus aan zijn volgelingen. En als we vervolgens bedenken dat dit teruggaat op een soort geloofsbelijdenis die Paulus hier dus citeert (en aanvult) dan betekent het dat we onze verschijningsverhalen waarschijnlijk kunnen dateren tot de eerste paar jaar na de dood van Jezus.

De evangeliën

Dat is wat Paulus ons geeft, een lijstje met verschillende verschijningen. Maar hij geeft daar verder geen enkel detail of verder invulling van die verhalen. Daarvoor moeten we naar de evangeliën gaan kijken. Deze zijn van later datum dan de brieven van Paulus, zie hier.

Markus

Het oudste evangelie is die van Markus, maar aangezien de originele tekst daarvan eindigt bij hoofdstuk 16:8 en de laatste 12 verzen later zijn toegevoegd leren we maar weinig. De jongeman in het lege graf vertelt dat Jezus in Galilea aan de discipelen zal verschijnen, maar de daadwerkelijke verschijningen worden door Markus niet beschreven.

Mattheus

Mattheus dan. Die vertelt ons dat Jezus verscheen aan de vrouwen die bij het lege graf waren komen kijken:

8 Ontzet en opgetogen verlieten ze haastig het graf om het aan zijn leerlingen te gaan vertellen. 9 Op dat moment kwam Jezus hun tegemoet en groette hen. Ze liepen op hem toe, grepen zijn voeten vast en bewezen hem eer. 10 Daarop zei Jezus: ‘Wees niet bang. Ga mijn broeders vertellen dat ze naar Galilea moeten gaan, daar zullen ze mij zien.’

En vervolgens nog een keer aan de discipelen zelf in Galilea:

16 De elf leerlingen gingen naar Galilea, naar de berg die Jezus hun had genoemd, 17 en toen ze hem zagen bewezen ze hem eer, al twijfelden enkelen nog. 18 Jezus kwam op hen toe en zei: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. 19 Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, 20 en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’

En daar eindigt Mattheus zijn evangelie. Zonder hemelvaart mag ik wel zeggen.

Lukas

Lukas dan: volgens Lukas waren de vrouwen bij het lege graf en gingen ze dat aan de discipelen vertellen. Maar Jezus verscheen dus niet aan de vrouwen volgens Lukas. Vervolgens rent Petrus naar het graf, constateert dat het leeg is gaat weer terug “vol verwondering” en voor zover Lukas ons vertelt ook nog steeds zonder verschijning.

Dan komt Jezus toch echt en verschijnt hij aan de Emmaüs gangers. Die lopen dus weer terug naar Jeruzalem en vertellen verrassend genoeg het volgende:

‘De Heer is werkelijk uit de dood opgewekt en hij is aan Simon verschenen!

Helemaal opvallend aangezien ze eerst dit tegen Jezus (waarvan ze nog niet weten dat Jezus het is) zeggen:

Bovendien hebben enkele vrouwen uit ons midden ons in verwarring gebracht. Toen ze vanmorgen vroeg naar het graf gingen, 23 vonden ze zijn lichaam daar niet en ze kwamen zeggen dat er engelen aan hen waren verschenen. De engelen zeiden dat hij leeft. 24 Een paar van ons zijn toen ook naar het graf gegaan en troffen het aan zoals de vrouwen hadden gezegd, maar Jezus zagen ze niet.

Daar hebben ze het dus alleen nog maar over het lege graf, en niet over een verschijning.

Vervolgens vertelt Lukas dat terwijl de Emmaüs gangers dit aan de discipelen vertellen, Jezus plotseling in dezelfde ruimte is. Hij laat de wonden in zijn handen en voeten zien en eet een visje op om te bewijzen dat hij geen geest is, en nog diezelfde dag vaart hij op naar de hemel. Dit toch in tegenstelling tot handelingen, alwaar diezelfde Lukas vertelt dat Jezus 40 dagen lang is verschenen voor de hemelvaart.

Johannes

Johannes vertelt net als Lukas dat de vrouwen (of in dit geval alleen Maria Magdalena) het lege graf ontdekten en het aan de discipelen vertelden waarna Petrus (en nu ook nog de discipel die Jezus liefhad) dat zelf gaan bekijken. Maar meteen daarna volgt er een verschijning aan Maria:

11 Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, 12 en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. 13 ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd.’ 14 Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. 15 ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’ 16 Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dat betekent ‘meester’.) 17 ‘Houd me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’

Vervolgens verschijnt Jezus tweemaal aan de discipelen (zonder en met Thomas), zomaar opeens in een kamer waarvan de deuren op slot waren. Hier lijkt Johannes oorspronkelijk te eindigen, maar hoofdstuk 21 is nog toegevoegd en beschrijft een verschijning in Galilea, met de wonderbare visvangst en waar Petrus nog driemaal mag vertellen dat hij echt van Jezus houdt.

Overeenkomsten in deze verhalen?

Nee, eigenlijk niet. Laten we kijken naar drie elementen, aan wie Jezus is verschenen, waar en met wat voor soort lichaam.

Verschijning aan wie?

Als we de verhalen uit de evangeliën naast het lijstje van Paulus leggen dan zien we het volgende. Paulus noemt geen verschijning aan de vrouwen, dat zou erop kunnen wijzen dat Jezus niet aan de vrouwen is verschenen. Als het inderdaad zo is dat de vrouwen en het lege graf een literaire uitvinding zijn van Markus (zie hier) dan is het logisch dat Paulus geen melding maakt van een verschijning aan ze.

Paulus heeft het als eerste over een verschijning aan Petrus. Die wordt op een rare manier door Lukas ook genoemd. Inhoud van dat verhaal weten we dus niets vanaf, maar we hebben wel twee bronnen die hem noemen. Ook de verschijning aan “de twaalf” komen we in Mattheus, Lukas en Johannes tegen, zij het dan minus Judas. De 500 van Paulus waarvan er nog veel in leven zijn? Horen we verder niets over evenals Jakobus en de apostelen.

Verschijning waar?

Geografie van de verschijningen is ook lastig. Volgens Markus zouden de discipelen naar Galilea moeten gaan, en Mattheus laat zijn verschijning dan ook in Galilea plaatsvinden. Maar Lukas laat alles in Jeruzalem plaatsvinden, al lijkt zijn redactie van Markus er op te wijzen dat dit vooral een literair motief is, zie hier. Dus als Johannes Lukas hierin volgt zou dat kunnen wijzen op directe danwel indirecte afhankelijkheid van de opstandingsverhalen van Johannes op die van Lukas.

De later toegevoegde verschijning in Galilea met de wonderbare visvangst doe weer denken aan het verhaal in Lukas 5 waar een zelfde wonderbare visvangst gewoon voorkomt bij een levende Jezus en onderdeel is van de roeping van de discipelen.

Verschijning hoe?

Zoals eerder gezegd heeft Paulus het over een geestelijk lichaam, hij maakt dan ook geen onderscheid tussen de verschijning aan hemzelf (volgens handelingen iets wat zijn medereizigers niet op dezelfde manier hebben ervaren) en alle andere verschijningen. Johannes 20 lijkt hier bij aan te sluiten als Jezus tegen Maria zegt dat ze hem niet mag aanraken omdat hij nog niet opgevaren is (fascinerende tekst, als iemand hier een goede verklaring voor heeft hoor ik het graag) en zomaar kan verschijnen in een afgesloten kamer. In hoofdstuk 21 staat dan wel niet expliciet dat Jezus ook zelf heeft gegeten, maar toch is de sfeer daar anders.

Lukas lijkt op twee benen te hinken, aan de ene kant verdwijnt Jezus bij de Emmaüs gangers in het niets en verschijnt hij dan weer zomaar bij de discipelen. Maar daar laat hij zijn wonden zien en eet zelfs vis om te benadrukken dat hij geen geest is.

Ook het feit dat Jezus herhaaldelijk niet herkend wordt – bij Johannes door Maria en Petrus, bij Lukas door de Emmaüs gangers – geeft te denken.

Conclusie

Het is even de grote lijn in één post gestopt, er is nog best veel te vertellen over sommige details. Maar de conclusie lijkt mij helder: ook al zijn de verhalen zelf misschien niet helemaal betrouwbaar, er zijn wel degelijk verschijningen geweest van een opgestane Jezus en de eerste verschijning was aan Petrus. Er is waarschijnlijk een verschijning geweest aan “de twaalf” en misschien nog wel meer.

Maar zijn nog veel vragen onbeantwoord. Waarom geeft niemand details over de verschijning aan Petrus? Wat als Petrus inderdaad Jezus verloochend heeft, wat voor invloed zou dat hebben gehad op de psyche van Petrus? Maakt hem dat een betrouwbare getuige? En in hoeverre zijn latere verschijningen betrouwbaar op het moment het verhaal er eenmaal is dat Jezus nog leeft en aan mensen verschijnt? En in hoeverre speelde het idee mee dat een martelaar zou opstaan uit de dood, zie daarvoor deze fascinerende post op gegrammena?

Dus ja, mijns inziens ligt hier de sleutel tot de opstanding van Jezus. Verschijningen hebben gezorgd voor het rotsvaste geloof in Jezus’ opstanding, eventueel geholpen bij een vertrouwen in de opstanding van een martelaar. Ook de verhalen van het lege graf lijken uiteindelijk terug te voeren op dit geloof in de opstanding. Maar wat ook hier weer duidelijk is te zien, is dat verhalen worden doorgegeven en aangepast aan de theologische visie of het punt dat de auteur op dat moment wil maken. Dat maakt dat de evangelie-verhalen in hun details eigenlijk geen van allen heel betrouwbaar overkomen. Veel meer dan het lijstje van Paulus hebben we dus niet. Dit betekent mijns inziens dat we weinig tot niks kunnen zeggen over de aard van de verschijningen van Jezus.

Advertenties

22 reacties op “Opstanding: verschijningen

  1. Een paar opmerkingen:
    1. Wat betreft ‘raak mij niet aan’: een plausibele uitleg vind ik dat het wijst op dat Jezus nu niet meer een gewoon menselijk persoon is die gebonden is aan een bepaalde tijd en een bepaalde ruimte, en dus ook niet meer hierin vastgehouden kan worden – wat Maria wel graag zou willen. Maar ik geef deze uitleg graag voor een betere.
    2. “Het lijstje van Paulus” vind ik een betere omschrijving dan “verschijningsverhalen” bij Paulus. Een goede reden waarom Marcus geen verschijningsverhalen heeft is dat die er nog niet waren. Maar hij verwijst wel naar de traditie: Jezus zal aan de leerlingen en aan Petrus verschijnen. Dit verklaart ook de verschijning aan Petrus waarvan geen verhaal is. De verhalen die we nog hebben zijn een secundaire ontwikkeling ten opzichte van de ‘lijstjes’.
    3. Volgens H.J. de Jonge (‘Visionaire ervaring en de oorsprong van het christendom’) moet je eerst in de opstanding geloven voordat je een visioen krijgt. Dat wil zeggen: eerst was er het geloof dat God Jezus uit de dood had doen opstaan in de hemel, toen kregen sommigen een visionaire ervaring van de hemelse Jezus, daarna gingen die visionaire ervaringen als bewijs fungeren voor de opstanding.

  2. Ha Cor,
    1. Ja, dat lees ik er ook wel ongeveer in. Maar waarom vervolgt hij dan met dat hij nog niet is opgestegen naar zijn vader? Alsof hij daarna wel weer aanraakbaar zou zijn? Of zijn dat twee losstaande zinnen, en moet ik die opmerking niet zien als een uitleg waarom Jezus niet aangeraakt mag worden? Voor mijn gevoel zit er nog iets meer achter…

    2. Eens.

    3. Hmmm. Het wordt dan wel een beetje kip en ei, of niet? Geloof in de opstanding zorgt voor visioenen, en visioenen zorgen weer voor geloof in de opstanding.

    Maar er is wel een begin, en dat moet vrij snel na de dood van Jezus zijn geweest. Daarnaast is er wel degelijk iets speciaals geweest dat Jezus na zijn dood heeft doen uitgroeien tot middelpunt van een religie en andere martelaren niet.

    Het lijkt mij dat een visioen (hallucinatie?) van Petrus daar prima in past. Die kan er in korte tijdspanne zorgen voor een geloof in de opstanding dat katalysator is voor verdere verschijningen. Bovendien lost dit ook de vraag op waarom Jezus anders was dan andere martelaren.

    Maar goed, misschien moet ik H.J. de Jonge gewoon maar eens gaan lezen 😉

  3. ha we zijn weer bij de kern.
    ik heb op college homelitiek een prachtige preek van berkhof moeten lezen over het verbod van Jezus aan Maria om Hem aan te raken. Terwijl even laten in johannes Thomas Hem juist wel moet aanraken. Dat wijst erop dat het geen fysieke reden heeft, maar een psychologische. Berkhof zegt dan dat maria en Jezus verliefd op elkaar waren. Jezus is immers in alle opzichten mens geweest als ons. Het raak me niet aan is dus speciaal voor Maria bedoeld. Door de preek van Berkhof raakte ik weer extra onder de indruk van het lijden van jezus. Als je hem ergens tegen kunt komen: aanrader.

    Het geestelijke lichaam waar Paulus het over heeft, daar gaat NT Wright extra op in. Hij maakt duidelijk dat het geen benaming is van Paulus om een visioen aan te geven. ‘Geestelijk’ is in die zin verkeerd vertaald. Ik ben de strekking van Wrights betoog kwijt, dus verder kan ik daar niet op ingaan.
    Over de Jonge: daar ga je toch niet serieus op in? Lees dan eerst NTWright (wil je het boek lenen?) over o.a. die visioenen. In de eerste eeuw waren visioenen heel gewoon. Niemand vond het raar dat je een visioen kreeg van een overleden persoon. Daar ga je echt niet een hele beweging rondom opzetten. De Jonge heeft dus een comfortabel punt voor zichzelf als hij de claim van het christendom naast zich neer wil leggen (het zijn immers maar visioenen, daar hoef ik niet mijn leven voor te veranderen), maar academisch gezien is het nonsens.

  4. oja puntje vergeten. ik vind het grappig dat er al zoveel verschillende officiele versies door het witte huis zijn uitgegeven van de arrestatie van Bin laden. Ik zie wel parallellen met de evangelieen. Met dit verschil dat de evangelisten nog literaire overwegingen hadden (leuk dat je dat van Lucas noemt) en het Witte Huis niet.

    en ook nu zie je dat er mensen wijzen op de verschillen en dan zeggen dat Bin Laden niet dood is, maar leeft (in het geval van Jezus dus net andersom).
    Mijn punt: de wens viermaal precies dezelfde verklaring omtrent de opstanding te lezen in de bijbel is ireeel.

  5. 1. Goede vraag. De eenvoudigste lezing is als volgt, volgens mij: ‘Ik ben nog niet bij de Vader, waar ik op een andere manier bij jullie aanwezig zal zijn dan als een mens op aarde van vlees en bloed; houd me niet vast in die bestaanswijze die voorbij is.’ Het gekke blijft dat Jezus dan in een soort overgangsfase moet zitten. Ik zal er nog eens een commentaar op naslaan. Misschien heeft de schrijver bovenstaand punt willen maken zonder heel erg de consequenties te doordenken voor de aard van de bestaanswijze na de opstanding?

    3. De redenering van De Jonge is, dat om een ervaring als christophanie of theophanie te interpreteren, er interpretatie nodig is. Dus om uit een visionaire ervaring te concluderen dat Christus zich manifesteert, moet je eerst aannemen dat Christus een levende realiteit is. In de verschijningsberichten zijn dus het gebeurd zijn van de opstanding geïmpliceerd.
    Hier zou je tegen in kunnen brengen dat die interpretatie al ‘in voorraad’ was maar nog niet tot een overtuiging was geworden totdat er een visionaire ervaring van Petrus plaatsvond waardoor hij die interpretatie nu opnam. Maar als je aanneemt dat de overtuiging van de opstanding voorafgaat aan de visionaire ervaring kun je goed verklaren waarom Jezus alleen verscheen aan volgelingen en niet aan, bijvoorbeeld, de sadduceeën of Pilatus.

  6. @jw: waarom zou je De Jonge niet serieus nemen en iemand als N.T. Wright (die toch wel een apologetische insteek heeft) wél? Bovendien klopt je weergave van het standpunt van De Jonge niet. Hij beweert niet dat men een hele beweging ging opzetten rondom een visioen van een overleden persoon. Dat standpunt verwerpt hij juist. Lees eerst even iemands standpunten goed voordat je commentaar levert alsjeblieft.

  7. Dag Cor,

    ik ken De Jonge inderdaad niet, maar omdat jij de term visioenen introduceerde ging ik ervan uit dat dat de gedachtenlijn van De Jonge was.

    In het nieuwe testament komt de term geheimenis een aantal keren voor, voor eerste-eeuwers geen rare term in een eeuw van mysteriegodsdiensten.
    waarom ik zo heftig reageer: Bram wil graag de waarheid weten, maar die moet je leren van ingewijden. Mensen als NTWright dus. Als ik alleen maar dagboeken van amsterdammers lees, dan kom ik er nooit achter hoe het leven in rotterdam was.
    Ik vind het dus jammer dat dit blog veel leesverslagen geeft van mensen buiten de christelijk-orthodoxe hoek. Die vullen dan wel de informatie op die Bram nooit heeft gehoord in de gereformeerde gezindte (tot zijn frustratie), maar mijns inziens kom je pas echt verder in een zoektocht als je geluiden tot je neemt die je niet alleen bevestigen in je comfortabele beschouwerspositie. Maar juist als je boeken leest boeken met een wat jij noemt apologetische insteek die je pressen tot positiekeuze. Zo zijn de evangelieen immers ook geschreven? Dat is blijkbaar de beste manier om de waarheid van het geloof te communiceren.

  8. @jw: blijkbaar heb jij dan al bij voorbaat vaststaan dat alleen christelijk-orthodoxe schrijvers ‘ingewijden’ zijn. Ik vind dat behoorlijk aanmatigend, eerlijk gezegd.
    De beste manier om een historische ‘waarheid’ (ja ik weet dat dit in de postmoderne wetenschapsfilosofie problematisch is) te achterhalen is om historische methoden toe te passen, niet om boeken van een bepaalde levensbeschouwelijke voorkeur te lezen. Mijn ervaring met N.T. Wright is dat zijn levensbeschouwing zijn historisch oordeel nogal beïnvloedt. (Elders heb ik een keer het voorbeeld gegeven dat hij de heiligen die opstaan als Jezus sterft in Matteüs historisch niet onplausibel vindt. Dan meet je met twee maten, want als het toevallig niet in de Bijbel stond had hij dat nooit zo gezegd.)
    Ik raad niemand af om Wright te lezen trouwens of om hem niet serieus te nemen. Ik denk alleen dat na afweging van de argumenten Wright nogal door de mand valt.

  9. Leuk dat de echte theologen het overnemen 😉
    Zal vanavond nog wel inhoudelijk reageren…

  10. [vorige week gehoord: N.T. Wrong]

    Opstanding is geloof. Daarom een kleine preek. De evangelieschrijvers staan op één lijn met hedendaagse gelovigen die het wonderlijke nieuws, nl. dat Jezus ook na zijn dood bij de gemeente betrokken is, doorvertellen en er een eigen draai aan geven. Pasen is als een doorfluisterspelletje waarbij je verbaasd bent als het nieuws jouw oren bereikt, je denkt: hoor ik dat nu goed, en vervolgens vertel je het door, of niet. Soms helpen de opstandingsverhalen in het NT daarbij, soms niet.

    Bovendien, vrij naar die andere JC, je gaat het pas zien als je het doorhebt, daarin ligt ook het gelijk van HJ, en dat kan zomaar, even, en dan weer niet, net als bij een verschijning.

    Amen.

  11. @Cor H.
    Hoe geweldig is het om in de tijd van google te leven! In ieder geval is het handig om snel even de oratie van H.J. de Jonge op te zoeken.

    Goed stuk, en ja, misschien heeft hij inderdaad wel gelijk dat het christendom van na Jezus dood een continuatie is van wat hij tijdens zijn leven had opgezet. Ik denk dat ik hier uiteindelijk niet echt zelf over kan oordelen.

    Het lijkt er wel op dat verschijningen/visioenen en de voorhanden interpretatie van de dood van een martelaar elkaar hebben versterkt. Wat er dan uiteindelijk precies als eerste was lijkt mij uiteindelijk heel lastig te zeggen. Dat er geen verhaal is over de verschijning aan Petrus is inderdaad een goed argument voor de these dat verschijningen volgden op het geloof in de opstanding.

    In ieder geval nog een goed argument om Jezus als apocalyptisch prediker te zien, in tegenstelling tot het Jesus Seminar.

  12. @jw
    Ik wil N.T. Wright wel eens lenen ja. Ben benieuwd, al voorspelt het niet heel veel goeds als hij de zombies van Mattheus plausibel vindt. Dan zou ik ook maar heel voorzichtig zijn om andere meningen “academisch nonsens” te noemen.

    Mijn punt: de wens viermaal precies dezelfde verklaring omtrent de opstanding te lezen in de bijbel is ireeel.

    Dat is wel weer interessant. En ik denk ook zeker niet dat ik daar naar op zoek ben. Maar wel naar enige overeenkomst op grote lijnen. Als het zo ver uit elkaar ligt qua aantal verschijningen, aan wie, waar, en hoe dat precies in zijn werk ging. Dan lijkt de hypothese dat deze verhalen achteraf zijn ontstaan mij vrij plausibel. In ieder geval maakt dat het erg lastig om de eventuele historische informatie die er in zit te onderscheiden van latere redactie.

    Maar goed, dan het volgende:

    Bram wil graag de waarheid weten, maar die moet je leren van ingewijden. Mensen als NTWright dus.

    Waarmee je dus van tevoren hebt bepaald dat de orthodoxie de waarheid is? Dat lijkt me dus een hele slechte manier om waarheid te ontdekken.

    Goed, jouw punt is inderdaad altijd dat je alleen maar van binnen de waarheid van het geloof kunt ontdekken. Mijn verhaal is dan altijd dat ik dat mij dat in een kwart eeuw aan de binnenkant nog steeds niet gelukt is. Maar waarom is het volgens jou zo dat je een ingewijde moet zijn? Ben jij dan echt een overtuigd fideïst? Als gewoon logisch nadenken je niets kan leren over het geloof, heeft het geloof dan nog wel enige invloed/nut voor de normale wereld?

  13. Als gewoon logisch nadenken je niets kan leren over het geloof, heeft het geloof dan nog wel enige invloed/nut voor de normale wereld?

    Ik ben – nog wel ongeduldig ook – heel benieuwd naar de antwoorden op deze laatste vraag van jou Bram.

  14. fijn dat je even de link van wikipedia erbij hebt gedaan, want ik had nog nooit van fideisten gehoord. mijns inziens is de term ook een typisch geval van ‘framing the debate’: je debatpartner een label geven dat negatief geladen is en waar hij nooit meer onderuit komt. zie het debat over de megastallen (wat ze beter milieustallen hadden kunnen noemen). Megastallen is iedereen tegen, milieustallen is iedereen voor. terwijl het over precies dezelfde stallen gaat… Ik vind geloven niet hetzelfde als logisch nadenken over de geloofsleer maar ik ben geen fideist.

    In de geestelijke boekjes van de gereformeerde vaderen werd soms gesproken over het geloof dat ‘een voet moest zakken’: de 30 cm tussen het hoofd en het hart. Als dat gebeurt dan is het niet zo dat de rede geen plek meer heeft in het geloofsleven. Want het geloof zoekt juist naar redelijk inzicht. Theologie was niet voor niets de eerste academische studie. Maar het is ook zo dat als het geloof een plek heeft gekregen in het hart, dat het dan niet langer een logische gevolgtrekking is (omdat dit en dat en dat zo is dan moet Jezus wel zijn opgestaan) maar dat geloof een relatie is.

    ik heb slechts zijdelings wat les gehad over de reformatorische wijsbegeerte, maar kennen dooyeweerd c.s. niet het onderscheid tussen het geloof en de academische reflectie daarop in de theologie? Omdat het geloof zich op hartsniveau bevindt doortrekt het alle gebieden van het leven en zodoende heeft het geloof dus van alles te maken met het gewone leven.

  15. Ha jw,
    Fideïsme is wat mij betreft niet negatief geladen. En jouw voortdurende pleidooi voor “redeneren van binnenuit” of “eerst geloven en dan zul je ontdekken dat het waar is” hebben toch zeker wel enige fideïstische trekjes, dus ik vond het niet meer dan een logische vraag.

    Maar goed. Geloof moet dus dalen van het hoofd naar het hart. Eerste vraag die opkomt is of het ook direct naar het hart kan, of dat dit in die volgorde moet. Eerst geloven en dan pas ervaren. Dat lijkt logisch, hoe zou je god kunnen ervaren als je niet in hem gelooft? Moet je niet een godsbeeld hebben als interpretatiekader waar je die godservaring mee kan duiden?

    Dat zou betekenen dat we alsnog eerst dit soort rationele exercities moeten doen voordat we ook maar kunnen beginnen met het laten afdalen van het geloof naar het hart.

    Tweede vraag is dat geloof dat zich op het hartsniveau volgens jou een relatie is. Een relatie impliceert communicatie twee kanten op. Dat impliceert dus ook dat we wel degelijk dingen over god te weten kunnen komen. Waarom ben je dan zo sceptisch over niet-orthodox-christenen die iets schrijven over theologie? Als de informatie er is moet dat toch ook door anderen op te pikken zijn? Sterker nog, als we de beroemde olifant-gelijkenis er bij pakken, (wij zijn als blinden die een olifant bekijken, en de ene heeft de slurf die heel anders is dan de poten of de buik, maar ondanks dat iedere blinde iets heel anders ziet is het toch dezelfde olifant) dan zou juist een onafhankelijk onderzoeker het plaatje compleet kunnen krijgen terwijl christenen veelal in hun eigen persoonlijk godsrelatie blijven hangen.

  16. De Papen kennen deze twijfel aan de verschijningen niet; ze leven bij de Levende Geest; die in de afgelopen eeuwen vele verschijningen heeft geproduceerd; (die door vele wonderen bevestigd werden); waarmee dan gelijk de verschijningen uit het N.T. hun bevestiging vinden.

  17. Aangehaald: “ingewijden. Mensen als NTWright dus.”

    Hoezo? Hij smuichelt maar wat aan, niet al te consistent (googelen helpt!). Alsof hij de hier en daar aanwezige trend volgt van ‘Eerst zien, dan geloven’.

    Als hij dan eindelijk alles heeft onderzocht (wat onmogelijk is), pas dan zal hij kunnen zeggen: Ik heb het onderzocht, ik heb het gezien, nu kan ik geloven. Hijzelf intussen, rekt het, blijft maar onderzoeken, blijft maar dichtbij het beoogde ‘zien’. Als een vlinder bij de vlam.

    Intussen, vindt deze ongestudeerde oude man, bouwt zich in de hersenen van de onderzoeker een onaf beeld, wat heet, een onaffe film op. Dan heeft het conglomeraat van hersencellen ook bijna het uiteindelijke filmpje voor zichzelf tot stand gebracht, dan is het geloven bijna bereikt. Zullen we dat geloven ooit vernemen?

    Wat een wonder is het, bovenmatig gestudeerden, gewoon geïnteresseerde gewone mensen, niet geïnteresseerden en afkerigen van welk onderzoek op wetenschappelijke manier dan ook, al die groupies van onze lokale god komen tot een globale overeenstemming van denken, beleven en voelen over hun ongrijpbare opperlokaaltje. D á t is pas mooi: de gebalde bewondering voor ons bestaan op deze lokale wereldbol (hoeveel zijn er die in het heelal?) en hoe dit toch alemaal is ontstaan en stapje voor stapje steeds verder is gekomen.

    En dat is het dan, verwondering en bewondering, geboren uit het kijken naar een sterrenhemel toen we nog kind waren.

    Een gestudeerde tor in zwavelzure omgeving, levend in een holletje langs een geiser van ammoniak, verstoken van enige waterigheid, onbekend met zuurstof, niet sprekend, niet in staat om te lezen of te schrijven. Hoe moet deze tor ons ooit vergezellen op onze omzwervingen met en over een zelfbedachte god? Maar nee! Nee, nee, hij zal gek van ons worden, hij zal willen roepen: Aanvaard nou toch ‘es alles, een prachtig cadeau is dit leven toch? Helaas, in zijn omgeving zouden zijn stembanden verbranden, zoals wij het zuur krijgen omdat wij gewoon niet meer te weten gaan komen dan dit torretje.

    Toch blijft dit een mooie sport!

    Ik hou mijn hart vast.
    .

  18. […] maken al (veel beter) verwoordt door Cor Hoogerwerf, maar goed. De verschijningen van Jezus dus. Alweer. Meestal worden deze gebruikt om te laten zien dat Jezus daadwerkelijk fysiek is opgestaan uit de […]

  19. […] Opstanding: verschijningen; […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: