4 reacties

Opstanding: Paulus

Zo tijdens het paasfeest lijkt het me een goed moment om weer eens te kijken naar wat we kunnen weten over de opstanding. Hier is de index van verschillende posts over dit thema. Vandaag is het de beurt aan Paulus.

Waarom Paulus?

De brieven van Paulus (in ieder geval degene die hij zelf heeft geschreven) zijn de oudste documenten van het nieuwe testament. Algemeen wordt aangenomen dat 1 Tessalonicenzen zijn eerste brief was, geschreven rond 49 n.chr., ofwel bijna 20 jaar na de dood van Jezus, die volgens Gerd Theissen waarschijnlijk 30 n.chr. plaatsvond.

Maar als het gaat om de opstanding is 1 Korinthe de belangrijkste brief. Datering van deze brief is lastig, maar rond 55 n.chr. lijkt een goede schatting. Hoofdstuk 15 van deze brief gaat over de opstanding. Het hoofdstuk begint met de volgende mededeling:

1 Broeders en zusters, ik herinner u aan het evangelie dat ik u verkondigd heb, dat u ook hebt aangenomen, dat uw fundament is 2 en uw redding, als u tenminste vasthoudt aan de boodschap die ik u verkondigd heb. Anders bent u tevergeefs tot geloof gekomen. 3 Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen:

Wat Paulus dus nu gaat vertellen heeft hij niet zelf verzonnen, maar hij heeft dat zelf ontvangen. Hij zegt er (helaas) niet bij van wie het heeft ontvangen en wanneer, maar algemeen wordt aangenomen dat het een soort geloofsbelijdenis was:

dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, 4 dat hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, 5 en dat hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf leerlingen. 6 Daarna is hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven. 7 Vervolgens is hij aan Jakobus verschenen en daarna aan alle apostelen. 8 Pas op het laatst is hij ook aan mij verschenen, aan het misbaksel dat ik was.

De laatste opmerking waarin hij zichzelf een misbaksel noemt was natuurlijk geen onderdeel van de originele geloofsbelijdenis, dus ergens gaat Paulus zelf verder. Opmerkelijk is in dit opzicht ook de boodschap van de Emmaüsgangers als ze terug komen bij de discipelen:

34 die tegen hen zeiden: ‘De Heer is werkelijk uit de dood opgewekt en hij is aan Simon verschenen!’

In Lukas komt namelijk helemaal geen verschijning aan Petrus voor, dus het zou goed kunnen dat deze boodschap verwijst naar dezelfde geloofsbelijdenis. Dit is dan ook een aanwijzing dat de originele geloofsbelijdenis eindigt bij 1 kor 15:5.

De redenering

De verzen 3b-5 vormen samen een redenering in twee delen, waarvan de twee delen steeds hetzelfde format volgen: <bewering>, “zoals in de Schriften staat”, <bewijs>. Het eerste deel beweert dat Jezus echt is gestorven, met als bewijs dat hij is begraven. Het tweede deel beweert dat Jezus echt is opgestaan, met als bewijs dat hij na zijn dood weer is gezien door Petrus. En na Petrus nog door een hele lijst andere mensen.

Volgens Paulus moeten we dus in de opstanding geloven vanwege de verschijningen, je kan het nog navragen bij sommige mensen die nog leven. Alleen vertelt Paulus in deze passage verder niets over die verschijningen.

Wat voor verschijning?

Paulus noemt een hele serie verschijningen. Hier valt veel over te zeggen (Zijn de apostelen een andere groep dan de twaalf? Was de twaalf nog inclusief Judas Iscariot? Waarom komt de lijst totaal niet overeen met wat we in de evangelies lezen?) maar er is een specifiek punt dat ik er even uit wil lichten: Paulus maakt geen onderscheid in de verschillende verschijningen van Jezus. Dus de verschijning aan Paulus zelf (als laats in de serie) was volgens Paulus niet wezenlijk anders dan de eerdere verschijningen.

Dus, ook al vertelt Paulus in deze passage niets over de verschijningen, we kunnen wel verder onderzoek doen naar de verschijning aan Paulus zelf. Hiervoor kunnen we handelingen openslaan die het bewuste verhaal maar liefst drie keer vertelt. Er zijn een aantal interessante inconsistenties, maar waar het nu om gaat is 9:7:

7 De mannen die met Saulus meereisden, stonden sprakeloos; ze hoorden de stem wel, maar zagen niemand.

22:9:

9 De mensen die bij me waren, zagen wel het licht, maar hoorden niet de stem van hem die tegen me sprak.

En ook 9:4,7:

4 Hij viel op de grond […] 7 De mannen die met Saulus meereisden, stonden sprakeloos…

Dus ook al zijn de details wat vaag, het lijkt er sterk op dat de verschijning zich (gedeeltelijk) in Paulus’ hoofd afspeelde. De mensen om hem heen hadden in ieder geval niet dezelfde ervaring als Paulus had.

Visioenen

Hij vertelt zelf over de verschijning van Jezus in zijn brief aan de Galaten:

15 Maar toen besloot God, die mij al vóór mijn geboorte had uitgekozen en die mij door zijn genade heeft geroepen, 16 zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik hem aan de heidenen zou verkondigen. Ik heb toen geen mens om raad gevraagd 17 en ben ook niet naar Jeruzalem gegaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik. Ik ben onmiddellijk naar Arabia gegaan en ben van daar weer teruggekeerd naar Damascus. 18 Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem om Kefas te ontmoeten, en bij hem bleef ik twee weken. 19 Maar van de overige apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus, de broer van de Heer.

Daar schieten we qua verschijning van Jezus nog niet zo heel veel mee op. Wat we wel leren is dat Jezus verschenen was in of rond Damascus, wat overeenkomt met handelingen. Wat echter niet klopt met handelingen is dat Paulus in vers 17 zegt na zijn bekering niet direct naar Jeruzalem is gegaan. Hij legt er zelfs heel erg de nadruk op dat hij met geen mens heeft gesproken. Hiermee lijkt hij te willen zeggen dat zijn boodschap direct van god komt, en niet via de andere discipelen. Hij vertelt dus niet wat hij van de discipelen heeft gehoord, maar wat hij direct van god heeft ontvangen. Ook in 2 Korinthe probeert hij zijn autoriteit te bevestigen met een verwijzing naar een visioen dat hij heeft gehad.

Conclusie

Terug naar de opstanding: wat hebben we nu geleerd? Ten eerste dat Paulus de verschijningen van Jezus als bewijs ziet dat Jezus is opgestaan. Maar vervolgens ontdekten we dat Paulus op geen enkele manier die verschijning als iets fysieks omschrijft. Verderop in 1 Korinthe 15 heeft hij het bijvoorbeeld ook over een geestelijk lichaam. Met de nadruk die Paulus legt op visioenen kunnen we de verschijning aan Paulus misschien wel het beste zien als een visioen, en niet als een fysieke verschijning van de opgestane Jezus.

Als we nu vervolgens zien dat Paulus geen onderscheid maakt tussen de verschijning van Jezus aan hemzelf en de andere verschijningen van Jezus, lijkt het het meest logische om ook die als visioenen te verklaren. Het is dan ook opvallend dat Paulus nergens het lege graf van Jezus noemt.

Let erop dat dit dus alleen op basis van Paulus is. In volgende episoden zullen we kijken naar wat er in de evangelies staat en wat we daar uit kunnen concluderen.

Advertenties

4 reacties op “Opstanding: Paulus

  1. […] ik in een vorige episode al heb gezegd, noemt Paulus het lege graf nergens in zijn brieven. Zelfs niet in het grote […]

  2. […] klopt. Het enige dat we weten over de verschijningen is de verhalen die we daarvan hebben. Zoals ik hier al heb verteld is het oudste wat we hebben de brieven van Paulus en dan vooral 1 Kor 15 is […]

  3. […] aan Paulus verschenen. Volgens handelingen was dit duidelijk een soort visioen vanuit de hemel, zie hier. Maar Paulus zelf maakt (ruim 30 jaar voordat handelingen is geschreven) in 1 Korinthe 15 helemaal […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: