3 reacties

De god die is – Willem Ouweneel (4)

Ik heb hem uit en, voor wie nog twijfelde, ik ben niet bekeerd. Wat? De god die is van Willem Ouweneel natuurlijk. En dan nu het verslag van de hoofdstukken 14-17. Zie voor eerdere afleveringen hier, hier en hier.

Hoofdstuk 14: `Schriftwording’

Hoofdstuk 14 gaat samen met hoofdstuk 13 over de bijbel, en samen betogen ze dat de bijbel openbaring van god bevat. Hij begint met een argument waar ik goed in mee kan voelen, omdat ik dat zelf ook heb gebruikt. In een zin: Als er een god is die ons gemaakt heeft, is het logisch om te verwachten dat hij ook contact wil met ons en zich dus op een of andere manier heeft geopenbaard. De bijbel is de beste kandidaat. (shit, waren twee zinnen:-()

Waarom is de bijbel de beste kandidaat? Waar zijn de argumenten? In hoofdstuk 13 kregen we alleen maar te horen dat je eerst moet geloven om het te zien, maar dat er ook wel degelijk argumenten zijn.

Daar zouden vele rationele argumenten voor te geven zijn, en dat is ook door vele auteurs uitvoerig gedaan. Maar zo langzamerhand hoop ik voldoende duidelijk gemaakt te hebben hoe ik dat soort argumenten zelf relativeer. Ze zijn boeiend en misschien wel nuttig voor degenen die al geloven dat de Bijbel Gods Woord is – vooral de twijfelaars onder hen – maar op atheïsten (of moslims) glijden ze volkomen af. Niet doordat de argumenten niet `logisch’ genoeg zouden zijn, maar omdat, zoals al vaak betoogd, het er maar van afhangt in welk existentieel referentiekader onze logica landt. (p. 220-221)

O, de deceptie…

Wat krijgen we nog wel? Voor de bijbel heb je smaak nodig, als voor klassieke muziek. Atheïsten zijn als mensen die alleen maar naar popmuziek luisteren. Of als mensen die alleen junkfood eten en opeens een vijfgangenmaaltijd krijgen. O ja, en dat bijbelboeken blijven inspireren.

O… net zoals Shakespeare, of Homerus?

Hoofdstuk 15: De persoon van Jezus

Nu we weten dat de bijbel absoluut waar is, kunnen we makkelijk aantonen dat Jezus gods zoon was: het staat immers in de bijbel?! Daarna krijgen we het bekende trilemma met een uitbreiding: liar, lunatic, lord, legend. Maar de legend-optie wordt snel van tafel geworpen omdat Jezus natuurlijk niet een mythologisch figuur is. Dat ook slechts delen van de Jezusverhalen niet historisch zouden kunnen zijn wordt voor het gemak even vergeten, of toch?

Natuurlijk hebben veel Verlichtingstheologen beweerd dat vele van de uitspraken van en over Jezus niet `authentiek’ zijn. Dat wil zeggen: veel van zijn uitspraken zouden Hem door de vroegchristelijke kerk c.q. de bijbelschrijvers in de mond zijn gelegd. De basis voor deze bewering is niet gelegen in een of ander objectief-wetenschappelijke observatie, maar in het bekende sciëntistische vooroordeel: de Verlichtingstheoloog `weet’ dat de mens niet God kan zijn, en `dus’ kan Jezus – die ze verder blijkbaar best hoog hebben – zulke goddelijkheidsclaims niet zelf hebben uitgesproken, en `dus’ moeten ze Hem later in de mond zijn gelegd, waaruit `blijkt’ dat Jezus niet God is. Cirkelredenering gesloten. (p.238)

Is deze man werkelijk gepromoveerd in de theologie? Of is dit de reden waarom hij voor zijn promotie in de theologie naar een Zuid-Afrikaanse universiteit is uitgeweken? Zelf wikipedia kan helpen. Natuurlijk zijn er wel methoden. Lees Gerd Theissen, Bart Ehrman, of de serie van John Meier. Hierin wordt tot in de kleinste details uitgelegd waaróm bepaalde passages waarschijnlijk niet historisch zijn en waaróm bepaalde andere passages waarschijnlijk wel.

Hoofdstuk 16: Het werk van Jezus

Ofwel, zijn dood en opstanding. Kom ik nog wel eens uitgebreid over te spreken. Ik kan me zo ook eigenlijk niet meer herinneren wat precies zijn punt was, dus hier laat ik het even bij.

Hoofdstuk 17: Uitleiding

Waar we wederom te horen krijgen dat je met atheïsme niet kan leven en al helemaal niet kan sterven. Geïllustreerd met verhalen over atheïsten die op hun sterfbed zich zouden hebben bekeerd of spijt hebben zouden hebben gehad. Deze verhalen over bijvoorbeeld Hobbes, Hume en Voltaire zijn allemaal geciteerd uit christelijke boeken (oa. Billy Graham) en wikipedia vertelt vaak een ander verhaal. Nog een ander ding, dit zijn voornamelijk mensen uit de verlichtingstijd, toen volgens Ouweneel zelf het echte atheïsme toen nog niet bestond, hooguit deïsme.

Alsnog blijkt uit een volgende stroom voorbeelden dat christenen die sterven daar veel rust bij kunnen hebben. Maar zoals eerder gezegd, dat betekent niet dat het waar is.

Nog een idee, als je met atheïsme niet kan leven, waarom betoog je dan de hele tijd dat atheïsten ervoor kiezen om atheïst te zijn omdat ze dat nu eenmaal fijner vinden? Waarom ontken je het bestaan van atheïsten die eerlijk tot een rationele keuze zijn gekomen?

Appendix I: Bekende atheïstische vragen

Waarin hij eindelijk veel te kort een aantal van de echte vragen behandelt.

Appendix II: Bekende atheïstische drogredenen

Zeer doorzichtig inderdaad, alleen is het leuk om eens te kijken welke van deze hij zich zelf schuldig aan maakt:

  • 1. Vals dilemma (Men moet óf de natuurwetenschap geloven óf het christendom): bij Ouweneel vinden we deze: Jezus is legend, lunatic, liar, lord. OK, feitelijk geen dilemma, maar een quadlemma of zo, maar vals niettemin, omdat er combinaties van categorieën mogelijk zijn, en het ook mogelijk is dat hij gewoon een charismatisch mens was.
  • 5. Argumentum ad populum (Vijfennegentig procent van de wetenschappers gelooft in de evolutietheorie, dus die moet wel waar zijn): Ouweneel geeft hier zelf toe dat hij dit ook gebruikt heeft.
  • 6. Argumentum ad hominem (Jij mag beweren dat god bestaat, maar dat doe je alleen omdat je anders niet met de realiteit van het leven weet om te gaan): Ouweneel’s boek staat vol met steeds weer de bewering dat atheïsten niet willen geloven, omdat ze leven zonder god fijner vinden of zo.
  • 7. Argumentum ad verecundiam (Niemand minder dan professor X heeft aangetoond dat Y waar is en daarmee het theïsme een dodelijke slag toegebracht): Ook hier geeft Ouweneel zelf toe dat hij deze heeft ingezet.
  • 8. Pure fictie. Ouweneel noemt dit een van de gemeenste drogredenen. Hij heeft hem echter zelf gebruikt bij het verhaal van Lynn Margulis (zie deel drie) en bij een aantal van de doodsbedverhalen in hoofdstuk 17.

Dat zijn er vijf uit elf die hij zelf duidelijk en aantoonbaar heeft gebruikt in dit boek, en voor een aantal van de andere drogredenen kun je ook nog wel een argument opzetten dat hij ze heeft gebruikt.

Appendix III: De genezing van Carly Alkema

Waarin een genezingsverhaal wordt verteld. Ja, daar sta je dan met je sceptische houding. Nee, ik heb niet overal een antwoord op.

Conclusie

Jullie hadden het vast al door, gaandeweg de posts werd ik steeds cynischer over dit boek. Wat moet ik er nog aan toevoegen? Ouweneel preekt niet tegen atheïsten, maar tegen christenen. Aan christenen vertelt hij dat ze niet bang hoeven te zijn voor atheïsten met hun vervelende vragen. Ze zijn zelf helemaal niet rationeel, maar geloven zelf ook maar iets.

In de specifiek christelijk hoofdstukken over de bijbel en Jezus lijkt hij al helemaal niet te snappen waar het probleem precies zit.

Toch jammer…

Advertenties

3 reacties op “De god die is – Willem Ouweneel (4)

  1. […] hebben en zo. Ouweneel gebruikt er zelfs een mooie term voor: sciëntisme (zie hier, hier, hier en hier). Door het een -isme te noemen wordt het als een stroming of ideologie of geloof neergezet, daarom […]

  2. Ik heb je stukken gelezen over ouweneel en ik had op veel punten precies dezelfde ergernissen. Ik vind je overstap naar zelf nadenken en overwegen dapper en mooi.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: