3 reacties

De god die is – Willem Ouweneel (2)

Al snel weer een korte update over De god die is van Willem Ouweneel. Het eerste deel is hier te vinden.

Hoofdstuk 8: Waarheid buiten de wetenschap

In dit hoofdstuk volgt eigenlijk weinig nieuws. Het is vooral een iets zuurdere herhaling dat de wetenschap niets kan bewijzen en ook een geloof is. Deze keer mede omdat wetenschap het paranormale niet kan verklaren.

Waarom ik hier toch even over schrijf is omdat ik me soms een beetje heb zitten ergeren:

Ten tweede hoef je de `naïeve realist’ maar te vragen waar hij de grens trekt tussen fysische golven, velden en stralen enerzijds, waarin hij wel `gelooft’, en bewustzijn, aardstralen en psi-verschijnselen anderzijds, waarin hij gewoonlijk niet gelooft – om nog maar te zwijgen van God. (p. 132)

Dat is toch duidelijk?! Omdat er voor de eerste groep (indirecte) bewijzen zijn. Als iemand net zo sterke argumenten zou hebben voor het bestaan van aardstralen als voor het bestaan van fysische golven, dan zou de meerderheid van de natuurkundigen erin geloven. Ouweneel probeert wetenschappers als dogmatische `gelovigen’ af te schilderen, maar hij vergeet het ene belangrijke argument.

Even verder maakt hij het nog bonter:

In Harm Vissers boek Leven zonder God zegt schrijver Hafid Bouazza: `op een gegeven moment begon ik ook over het menselijk brein te lezen, en dan ga je steeds meer beseffen dat geloven een faculteit van het menselijk brein moet zijn.’ Als men bedenkt, dat `beseffen’ volgens dit soort wetenschappers óók een faculteit (eigenschap) van het brein is, dan zegt Bouassa hier dus: dankzij een eigenschap van het brein `weten’ wij dat alles wat wij `weten’ noemen een eigenschap van het brein is. Met andere woorden: wij `weten’ dat `weten’ een illusie is. Het enige wat er is, zijn genen en zenuwcellen, of eigenlijk: de atomen waaruit deze entiteiten bestaan. Wij `weten’ dus niets. Bouazza had dus net zo goed zijn mond kunnen houden. Op basis van zijn eigen redenering is zijn eigen redenering irrelevant geworden. (p. 133)

Een hele lap tekst. Wat Ouweneel zegt is dat als het zo is dat denken alleen maar in het brein zit het eigenlijk geen denken is en dus ook niet zo genoemd mag worden. Dat lijkt mij absurd. We weten ook dat een berg uit een heleboel zandmoleculen bestaat. Maar dat betekent toch niet dat de berg geen berg meer is, en dat we hem geen berg meer mogen noemen?

We weten dat bliksem niet iets bovennatuurlijks is, maar gewoon elektrische ontlading. Toch gebruiken we nog steeds hetzelfde woord als we deden voordat we wisten dat het elektrische ontlading was. Ik zie het probleem niet.

Dat we tegenwoordig iets beter begrijpen wat denken precies is (zie bijvoorbeeld dit artikeltje) betekent niet dat denken geen denken meer is.

Conclusie

Ik heb eigenlijk niet zo veel te concluderen deze keer. Laten we hopen dat Ouweneel nog wat meer te melden heeft in de tweede helft van zijn boek.

Advertenties

3 reacties op “De god die is – Willem Ouweneel (2)

  1. […] ben dus De god die is van Willem Ouweneel aan het lezen. Over eerdere hoofdstukken heb ik hier en hier al eerder geschreven. Deze keer gaat het over de hoofdstukken 9-13. Ik begin steeds beter door te […]

  2. […] natuurlijk. En dan nu het verslag van de hoofdstukken 14-17. Zie voor eerdere afleveringen hier, hier en […]

  3. […] wel eens mis hebben en zo. Ouweneel gebruikt er zelfs een mooie term voor: sciëntisme (zie hier, hier, hier en hier). Door het een -isme te noemen wordt het als een stroming of ideologie of geloof […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: